Wanneer een schaap of geit ouder wordt, verandert er vaak meer dan alleen de vachtkleur of conditie. Veel hobbyhouders merken op een gegeven moment dat een dier moeilijker gaat eten, afvalt of voer uit de bek laat vallen. In veel gevallen blijkt het gebit dan een belangrijke rol te spelen.
Gebitsproblemen komen regelmatig voor bij oudere schapen en geiten. Toch wordt er relatief weinig over gesproken. Dat komt deels doordat de meeste dieren in de reguliere veehouderij nooit een leeftijd bereiken waarop slijtage van het gebit een groot probleem wordt. Hobbydieren worden vaak veel ouder en daardoor krijgen hun eigenaren juist wel te maken met de gevolgen van een ouder wordend gebit.
Waarom is het gebit zo belangrijk?
Schapen en geiten zijn dieren die een groot deel van de dag besteden aan het verzamelen, afbijten en vermalen van ruwvoer. Gras, hooi, bladeren en takken moeten eerst goed worden gekauwd voordat ze verder worden verteerd in de pens.
Wanneer tanden of kiezen minder goed functioneren, wordt het steeds moeilijker om voldoende voer op te nemen. Een dier kan daardoor afvallen terwijl het nog steeds probeert te eten. Vooral bij oudere dieren wordt dit soms pas laat opgemerkt.
Hoe ontstaan gebitsproblemen?
Net als bij mensen slijten tanden gedurende het leven. Bij schapen en geiten gebeurt dit zelfs voortdurend. De snijtanden in de onderkaak drukken tijdens het grazen steeds tegen het tandkussen in de bovenkaak. Door jarenlang grazen en kauwen kunnen tanden afslijten, los gaan staan of uiteindelijk uitvallen.
Ook de kiezen achter in de bek hebben veel te verduren. Deze kiezen vermalen dagelijks grote hoeveelheden ruwvoer. Naarmate dieren ouder worden kunnen kiezen afslijten of minder goed op elkaar aansluiten, waardoor het kauwen minder efficiënt wordt.
Daarnaast kunnen ontstekingen, beschadigingen of afwijkende slijtagepatronen een rol spelen. De ernst hiervan verschilt per dier.
Hoe herken je gebitsproblemen?
Een schaap of geit met gebitsproblemen laat vaak subtiele signalen zien. Sommige dieren doen langer over hun voer of lijken minder enthousiast te eten dan voorheen. Anderen beginnen langzaam gewicht te verliezen terwijl er niets aan het rantsoen is veranderd.
Een van de meest opvallende signalen is dat dieren tijdens het eten regelmatig proppen hooi of gras uit de bek laten vallen. Dit kan erop wijzen dat het gebit onvoldoende functioneert om het voer goed af te bijten of te vermalen.
Omdat deze veranderingen geleidelijk ontstaan, worden ze vaak toegeschreven aan ouderdom. Toch is het verstandig om bij oudere dieren regelmatig naar het gebit te laten kijken wanneer de conditie achteruitgaat.
Bij vermoeden van gebitsproblemen kan een dierenarts beoordelen of er sprake is van slijtage, losse tanden, ontstekingen of andere afwijkingen aan het gebit. Hoewel er voor schapen en geiten nauwelijks gespecialiseerde tandartsen bestaan zoals bij paarden, kan een dierenarts vaak wel vaststellen of het gebit een rol speelt bij gewichtsverlies of veranderingen in eetgedrag.
Heeft voeding invloed op het gebit?
Voeding speelt waarschijnlijk een rol bij de gezondheid van het gebit, al is het moeilijk om precies aan te geven hoe groot die invloed is. Een rantsoen dat veel kauwtijd vraagt zorgt voor een natuurlijke belasting van tanden en kiezen en stimuleert bovendien de speekselproductie.
Ook een goede voorziening van vitaminen en mineralen is belangrijk voor sterke tanden en een gezond kaakbot.
Regelmatig wordt ook de vraag gesteld of melasse in krachtvoer tandproblemen veroorzaakt. Hoewel melasse veel suiker bevat, is er weinig bewijs dat dit bij schapen en geiten leidt tot hetzelfde soort tandbederf dat we bij mensen kennen. De mond van een herkauwer werkt anders en wordt continu gespoeld door grote hoeveelheden speeksel. Dat betekent niet dat voeding geen invloed heeft, maar het is waarschijnlijk te eenvoudig om tandproblemen uitsluitend aan één ingrediënt toe te schrijven.
Heeft de omgeving invloed op het gebit?
Naast leeftijd en voeding kan ook de omgeving invloed hebben op de snelheid waarmee tanden slijten. Schapen en geiten die jarenlang op sterk afgegraasde percelen lopen, nemen tijdens het eten vaak kleine hoeveelheden zand en grond op.
Zand werkt als een schuurmiddel. Hoewel slijtage van tanden een normaal onderdeel is van het ouder worden, wordt gedacht dat langdurige opname van zand en grond deze slijtage kan versnellen.
Ook voer dat rechtstreeks vanaf de grond wordt aangeboden bevat vaak meer zand dan voer dat vanuit een ruif wordt gevoerd. Vooral op kleinere percelen waar dieren het gras zeer kort afgrazen, kan dit een rol spelen.
Hoe groot de invloed precies is, is moeilijk te zeggen. Er is weinig onderzoek gedaan naar gebitsslijtage bij oudere hobbydieren. Toch wordt zandopname regelmatig genoemd als een mogelijke verklaring voor dieren waarvan de tanden op relatief jonge leeftijd sterk zijn afgesleten.
Daarom is het verstandig om overbegrazing te voorkomen en ervoor te zorgen dat schapen en geiten voldoende ruwvoer tot hun beschikking hebben, ook wanneer het grasaanbod beperkt is.
Wat kun je doen als een dier een slecht gebit heeft?
Gebitsproblemen betekenen niet automatisch dat een schaap of geit een slechte kwaliteit van leven heeft. Veel oudere dieren kunnen nog jarenlang goed functioneren wanneer hun voeding wordt aangepast aan wat zij nog kunnen eten.
Goed verteerbaar ruwvoer blijft daarbij de basis. Sommige dieren hebben baat bij zachter hooi of aanvullende vezelrijke producten die makkelijker kunnen worden gegeten. Ook is het belangrijk om de lichaamsconditie regelmatig te controleren, zodat gewichtsverlies tijdig wordt opgemerkt.
Bij oudere dieren wordt een goede voorziening van vitaminen en mineralen vaak nog belangrijker. Wanneer een dier minder voer kan opnemen, is het extra belangrijk dat het rantsoen voldoende voedingsstoffen bevat.
Een minder goed gebit betekent vaak ook dat een dier minder efficiënt kan eten en herkauwen. Daardoor wordt de kwaliteit van het rantsoen steeds belangrijker. In onze blog over voeding bij oudere schapen en geiten lees je hoe je oudere dieren kunt ondersteunen wanneer hun voedingsbehoefte verandert.
Tot slot
Gebitsproblemen komen regelmatig voor bij oudere schapen en geiten. Vaak zijn ze het gevolg van jarenlange slijtage van tanden en kiezen, maar ook voeding en omgevingsfactoren kunnen mogelijk invloed hebben op de snelheid waarmee het gebit achteruitgaat.
Door alert te zijn op veranderingen in eetgedrag, conditie en gewicht kunnen problemen vaak vroeg worden herkend. Met de juiste verzorging en een passend rantsoen kunnen veel oudere schapen en geiten nog jarenlang genieten van een gezonde en comfortabele oude dag.
Praktisch toepassen?
Gebitsproblemen hoeven niet te betekenen dat een schaap of geit direct conditie verliest. Een passend rantsoen helpt oudere dieren om voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen.
Bekijk hier onze ruwvoermixen en balancers voor schapen en geiten.