Kunnen schapen en geiten samen worden gehouden?
Ja, schapen en geiten kunnen meestal prima samen worden gehouden. Op veel hobbyboerderijen en kinderboerderijen lopen beide diersoorten zelfs samen in dezelfde wei.
Schapen en geiten zijn herkauwers met een gevoelige spijsvertering.
Een goed rantsoen met voldoende vezels en structuur is daarom essentieel voor hun gezondheid.
In deze blogs lees je meer over onderwerpen zoals pensgezondheid, ruwvoer, mineralen, dracht, lactatie en het voorkomen van voedingsproblemen. De artikelen zijn geschreven voor hobbyhouders die hun dieren bewust en in balans willen voeren.
Ja, schapen en geiten kunnen meestal prima samen worden gehouden. Op veel hobbyboerderijen en kinderboerderijen lopen beide diersoorten zelfs samen in dezelfde wei.
Wanneer een schaap of geit ouder wordt, verandert er vaak meer dan alleen de vachtkleur of conditie. Veel hobbyhouders merken op een gegeven moment dat een dier moeilijker gaat eten, afvalt of voer uit de bek laat vallen. In veel gevallen blijkt het gebit dan een belangrijke rol te spelen.
Veel hobbyhouders geven hun schapen of geiten maar een klein handje brok per dag. Vaak met een goede reden: ze willen niet te veel krachtvoer geven, zijn voorzichtig met granen of willen vooral iets extra’s geven naast hooi en gras.
Steeds vaker kom je termen tegen zoals circulair voer, reststromen of duurzame bijproducten in diervoeding. Dat klinkt positief en dat is het in veel gevallen ook. Het hergebruiken van restproducten uit de voedingsindustrie helpt om verspilling te verminderen en grondstoffen beter te benutten.
Veel hobbyhouders geven hun schapen of geiten vooral in de winter iets extra’s naast hooi of gras. Zodra het voorjaar begint en het weiland weer groen wordt, stopt die aanvulling vaak. Dat lijkt logisch: er is weer gras, dus het dier zal alles wel binnenkrijgen.
Voor veel hobbyhouders vormen hooi en gras de basis van het rantsoen. En dat klopt ook: schapen en geiten zijn herkauwers en hebben vezelrijk ruwvoer nodig voor een gezonde vertering.Maar een goede basis betekent niet automatisch dat het rantsoen compleet is.
Veel hobbyhouders herkennen het wel: de voerbak is nog maar net leeg of de schapen staan alweer te mekkeren. Zodra je in zicht komt, lijkt het alsof ze al uren niets hebben gehad.
Wie voer koopt voor schapen of geiten, komt op etiketten vaak dezelfde termen tegen: ruwe celstof, ruw eiwit, ruw vet, ruwe as, calcium en fosfor. Voor veel hobbyhouders blijven dit cijfers zonder duidelijke betekenis. Toch geven deze waarden belangrijke informatie over hoe een voer is opgebouwd en of het past bij de vertering van je dieren. In deze blog leggen we de belangrijkste onderdelen van een voeretiket uit, zodat je beter kunt beoordelen wat je voert.
Wie informatie zoekt over voeding voor schapen en geiten komt al snel allerlei termen tegen: ruwvoergericht voeren, vezels, structuur, eiwitten of zetmeel. Voor veel hobbyhouders zijn dat woorden die regelmatig voorbij komen, maar niet altijd meteen duidelijk zijn.
In veel weides en stallen staat er één: een liksteen. Voor veel hobbyhouders voelt zo’n blok bijna vanzelfsprekend. Het idee is simpel: dieren likken eraan wanneer ze iets nodig hebben en regelen zo hun eigen mineralenvoorziening.
In het voorjaar krijgen veel hobbyhouders te maken met een bijzondere periode: het aflammeren. Rond deze tijd komen ook veel vragen over voeding.
Voor schapen, geiten en ander hobbyvee begint een gezond rantsoen met ruwvoer. Hooi, gras en vezelrijke planten sluiten aan bij hoe herkauwers van nature eten en vormen de basis van een stabiele penswerking. Toch is niet elk ruwvoer hetzelfde en de kwaliteit kan per partij, seizoen en bodem sterk verschillen.
Wie geiten, schapen of ander hobbyvee houdt, weet hoe belangrijk goed ruwvoer is. Hooi, gras en vezelrijke voeding vormen de basis van een gezond rantsoen. Toch ontstaat vaak de vraag: krijgen dieren hiermee wel alles binnen wat ze nodig hebben?
Veel geiten hebben een ronde, soms opvallend dikke buik. Voor veel houders roept dat vragen op. Is het normaal? Is het pens, vet, dracht of misschien een gezondheidsprobleem?
Wie schapen of geiten houdt, kijkt vaak naar eetlust, gedrag en conditie. Toch ligt één van de duidelijkste signalen van wat er in het lichaam gebeurt letterlijk op de grond: de mest.
Bietenpulp wordt vaak genoemd als een “gezond extraatje” voor schapen en geiten. Vooral in periodes van kou, conditieverlies of herstel wordt het regelmatig aangeraden als alternatief voor krachtvoer. Maar wat is bietenpulp eigenlijk, en waar past het wel - en juist niet - in het rantsoen?
Ja, een schaap of geit die een keer wat paardenvoer mee-eet zal daar meestal niet direct problemen van krijgen. Toch is paardenvoer ontwikkeld voor paarden en niet voor herkauwers zoals schapen en geiten.
Bij schapen en geiten zegt het getal op de weegschaal vaak weinig. Vacht, ras, dracht en zelfs het seizoen kunnen het beeld vertekenen. Toch willen we weten of een dier goed op conditie is. Daarvoor is de Body Condition Score (BCS) een veel betrouwbaarder hulpmiddel.
Naarmate schapen en geiten ouder worden, verandert er meer dan je op het eerste gezicht ziet. Dieren die jarenlang probleemloos op conditie bleven, kunnen ineens gaan schommelen in gewicht, langzamer eten of gevoeliger reageren op kou, nat weer of kleine veranderingen in het rantsoen.
Veel vragen over voeding, gezondheid en groei bij schapen en geiten komen uiteindelijk op één plek samen: de pens. Toch blijft dit orgaan voor veel hobbyhouders iets abstracts. We weten dat de pens belangrijk is, maar wat gebeurt daar nu eigenlijk? En waarom heeft een verstoring van de pens zo’n grote invloed op het dier als geheel?
Steeds meer hobbyhouders melken hun schapen of geiten. Niet op industriële schaal, maar wel bewuster en intensiever dan alleen voor het grootbrengen van lammeren. Deze vorm van kleinschalige melkproductie vraagt om andere voedingskeuzes dan bij dieren in onderhoud, maar ook om meer nuance dan het denken uit de intensieve veehouderij.
Eiwitten zijn een veelbesproken onderwerp in de voeding van schapen en geiten. Vaak hoor je vragen als: krijgen ze wel genoeg?, moet ik bijvoeren? of juist kan te veel eiwit kwaad?
Wanneer de temperaturen dalen, verandert er meer dan alleen het landschap. Ook het lichaam van schapen en geiten schakelt over naar een andere stand. Kou vraagt energie. En juist in de winter zie ik dat er veel vragen ontstaan: moet ik extra bijvoeren?, waar let ik op? en wat is verstandig zonder mijn dieren te ‘vet’ te maken?
Listeriose is een ernstige, maar vaak onderschatte aandoening bij schapen en geiten. Veel dierhouders denken bij listeria direct aan kuilvoer, terwijl ook hooi een besmettingsbron kan zijn. Zeker in de winter, wanneer ruwvoer een groot deel van het rantsoen vormt, is het belangrijk om hier bewust mee om te gaan.
Wie op zoek gaat naar informatie over koper bij schapen, komt bijna altijd dezelfde waarschuwing tegen: “Schapen mogen geen koper.”Een uitspraak die zo vaak wordt herhaald dat veel hobbyhouders koper volledig vermijden. Toch klopt deze algemene boodschap niet. In de praktijk lopen veel schapen, vooral bij hobbyhouderij in Nederland, juist risico op een kopertekort.
Urinestenen komen relatief vaak voor bij bokken en rammen en kunnen een ernstig gezondheidsprobleem vormen. In de urinewegen kunnen kleine kristallen ontstaan die vastlopen in de plasbuis. Omdat de urinebuis bij bokken lang en smal is, kan een verstopping relatief snel optreden.
Bij herkauwers zoals schapen en geiten speelt de pens een centrale rol in de vertering. In deze grote fermentatiekamer breken micro-organismen vezels uit gras en hooi af en zetten die om in energie. Zolang deze pensflora stabiel blijft, kan het dier voedingsstoffen efficiënt benutten.
Goed voeren gaat verder dan dagelijks een portie hooi geven. Een doordacht voerbeleid houdt rekening met het natuurlijke gedrag, de voedingsbehoefte en de gezondheid van je dieren. Het bepaalt in grote mate hun conditie, weerstand en levensduur.
Veel mensen denken dat geiten voldoende hebben aan gras zodra ze in de wei lopen. Toch blijft hooi of ander vezelrijk ruwvoer voor veel geiten een belangrijk onderdeel van het rantsoen.