Dierenwelzijn stopt niet bij de staldeur
Wanneer we het over dierenwelzijn hebben, denken we vaak aan een ruime weide, een schone stal, voldoende bewegingsvrijheid en de mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen. Dat is terecht. De aandacht voor deze onderwerpen heeft ervoor gezorgd dat we steeds beter begrijpen wat dieren nodig hebben om een goed leven te kunnen leiden.
Toch heb ik tijdens mijn zoektocht naar goede voeding voor hobbydieren steeds vaker het gevoel gekregen dat één belangrijk onderdeel van dierenwelzijn onderbelicht blijft: voeding.
Natuurlijk wordt er gesproken over voer. Er wordt gekeken naar de hoeveelheid, de voedingswaarde en de kosten van een rantsoen. Maar veel minder vaak stellen we de vraag of de dagelijkse voeding werkelijk aansluit bij de natuurlijke vertering, het gedrag en de behoeften van het dier. Alsof dierenwelzijn vooral wordt bepaald door de omgeving waarin een dier leeft, en veel minder door wat het iedere dag opnieuw binnenkrijgt.
Voor mij horen die twee onlosmakelijk bij elkaar.
Een dier kan een prachtige stal hebben, voldoende ruimte en alle mogelijkheid om natuurlijk gedrag te vertonen. Maar wanneer de voeding niet aansluit bij wat het dier nodig heeft, is het verhaal wat mij betreft niet compleet. Andersom geldt precies hetzelfde: een goed rantsoen kan slechte huisvesting nooit compenseren. Dierenwelzijn zit niet alleen in de stal of in de wei, maar ook in de voerbak.
Juist dat inzicht vormde uiteindelijk de basis voor Veldvoer.
Tijdens mijn zoektocht viel me op dat veel voeders voor schapen, geiten en varkens oorspronkelijk zijn ontwikkeld voor dieren met een productiedoel. Groei, melkproductie of een zo efficiënt mogelijke voederconversie stonden vaak centraal. Dat is begrijpelijk binnen de professionele veehouderij, maar veel hobbydieren hebben een heel ander doel. Zij hoeven niet zo snel mogelijk te groeien of maximaal te produceren. Hun eigenaar wil vooral dat ze gezond blijven, een goede conditie behouden en een lang en prettig leven hebben.
Dat zette mij aan het denken. Waarom zou voeding voor hobbydieren niet vanuit dat uitgangspunt worden ontwikkeld?
Vanuit die gedachte ben ik me steeds verder gaan verdiepen in de natuurlijke behoeften van verschillende diersoorten. Niet om het meest bijzondere voer te maken, maar om beter te begrijpen wat dieren werkelijk nodig hebben. Welke rol spelen vezels? Waarom zijn de juiste vitaminen en mineralen belangrijk? Hoe zorg je voor een rantsoen dat aansluit bij de vertering, zonder onnodig veel energie toe te voegen?
Ik pretendeer niet dat ik alle antwoorden heb. Voeding blijft een vakgebied waarin voortdurend nieuwe inzichten ontstaan. Daarom blijf ik leren, onderzoeken en in gesprek met deskundigen en dierhouders. Maar één overtuiging is in al die jaren alleen maar sterker geworden: voeding verdient een veel grotere plek binnen het gesprek over dierenwelzijn.
Dat is de visie waarop Veldvoer is gebouwd.
Niet omdat de wereld nog een voermerk nodig had, maar omdat ik geloof dat goede voeding meer is dan het vullen van een voerbak. Het is iedere dag opnieuw een keuze die invloed heeft op de gezondheid, het gedrag en het welzijn van een dier.
Daarom zeggen wij: Voer dat welzijn voedt.