Wat is een kruidenrijke wei voor schapen en geiten?

Een kruidenrijke wei wordt vaak gezien als de ideale omgeving voor schapen en geiten. Veel hobbyhouders zijn dan ook blij wanneer er naast gras allerlei andere planten in het weiland groeien. Toch is een wei met veel verschillende planten niet automatisch een kruidenrijke wei.

Een kruidenrijke wei, ook wel kruidenrijk grasland genoemd, bestaat uit een gevarieerde begroeiing van verschillende grassoorten, kruiden en andere plantensoorten die aansluiten bij het natuurlijke foerageergedrag van schapen en geiten. Denk bijvoorbeeld aan weegbree, paardenbloem, klaver, cichorei en duizendblad. Niet alleen de aanwezigheid van kruiden is belangrijk, maar ook de variatie, de hoeveelheid en de verhouding tussen gras en kruiden.

In de praktijk bestaat een hobbyweide vaak uit gras, aangevuld met planten zoals brandnetels, distels, ridderzuring en madeliefjes. Dat zijn niet altijd de kruiden die schapen en geiten graag eten of die veel bijdragen aan een gevarieerd rantsoen.

Schapen en geiten zijn kieskeurige eters

Schapen en geiten eten graag gevarieerd, maar ze maken wel degelijk keuzes. Welke planten worden gegeten, hangt af van de plantensoort, het groeistadium en soms zelfs van het individuele dier.

Smakelijke kruiden worden vaak als eerste opgegeten, terwijl minder smakelijke, bittere of stekelige planten blijven staan. Daardoor kan een weiland er kruidenrijk uitzien, terwijl de dieren in werkelijkheid vooral gras en een beperkt aantal kruiden eten.

Planten zoals paardenbloem, smalle weegbree, witte klaver, cichorei en duizendblad worden over het algemeen graag gegeten. Vooral jonge planten worden graag gegeten en sluiten goed aan bij het natuurlijke foerageergedrag van schapen en geiten.

Andere planten worden juist veel minder gegeten of alleen zolang ze nog jong zijn. Brandnetels worden bijvoorbeeld soms gegeten wanneer de brandharen nog weinig ontwikkeld zijn. Naarmate de planten ouder worden, blijven ze meestal staan. Na maaien of drogen verdwijnen de brandharen, waardoor brandnetels vaak beter worden opgenomen.

Ook distels worden vooral in een jong stadium nog gegeten. Zodra de plant stevige stekels ontwikkelt, laten veel schapen en geiten hem liever staan. Ridderzuring wordt ook vaak beperkt gegeten. Jonge bladeren worden soms nog opgenomen, maar oudere bladeren worden bitterder, waardoor de plant zich vaak verder kan uitbreiden.

Bij boterbloemen speelt iets vergelijkbaars. Verse boterbloemen worden meestal gemeden vanwege de scherpe smaak. Wanneer ze gedroogd zijn, zoals in hooi, verdwijnen deze eigenschappen grotendeels.

Het is belangrijk om te beseffen dat er uitzonderingen zijn. Het ene dier eet gemakkelijker een bepaalde plant dan het andere en ook de beschikbaarheid van ander voer speelt een rol. Een geit die kan kiezen uit tientallen plantensoorten maakt vaak andere keuzes dan een geit die weinig alternatief heeft.

Waarom verdwijnen juist de kruiden die dieren graag eten?

Grassen en kruiden reageren verschillend op begrazing.

Grassen zijn goed aangepast aan regelmatig afgrazen. Hun groeipunt bevindt zich dicht bij de grond, waardoor ze na begrazing snel weer kunnen uitlopen.

Bij veel kruiden ligt dat anders. Wanneer ze steeds opnieuw worden afgegeten voordat ze kunnen herstellen of zich kunnen uitzaaien, krijgen ze steeds minder kans om zich te handhaven.

Vooral op weilanden die intensief worden begraasd krijgen smakelijke kruiden weinig kans om te herstellen of zich uit te zaaien. Na verloop van tijd kunnen ze daardoor langzaam verdwijnen, terwijl minder smakelijke planten juist steeds meer ruimte innemen.

Ook droge en warme zomers kunnen hieraan bijdragen. Sommige kruiden zijn gevoeliger voor droogte dan gras en vestigen zich daardoor minder gemakkelijk opnieuw.

Levert een kruidenrijke wei alle voedingsstoffen?

Een kruidenrijke wei kan bijdragen aan een gevarieerder rantsoen, maar vormt geen garantie dat schapen en geiten alle benodigde vitaminen, mineralen en sporenelementen binnenkrijgen.

De voedingswaarde van planten wordt namelijk niet alleen bepaald door de plantensoort. Ook de bodem, de beschikbaarheid van mineralen, het groeistadium en de weersomstandigheden spelen een belangrijke rol. Bovendien verandert de samenstelling van een weiland gedurende het jaar voortdurend.

Om er zeker van te zijn dat schapen en geiten dagelijks voldoende vitaminen, mineralen en sporenelementen binnenkrijgen, kan een balancer een waardevolle aanvulling zijn. Een balancer vult het rantsoen gericht aan met vitaminen, mineralen en sporenelementen, terwijl gras en ander ruwvoer de basis van het rantsoen blijven vormen.

Hoe houd je een kruidenrijke wei in stand?

Een kruidenrijke wei vraagt om beheer.

Door overbegrazing te voorkomen, kruiden de kans te geven om te bloeien en zich uit te zaaien en waar nodig kruiden opnieuw in te zaaien, vergroot je de kans dat verschillende kruiden behouden blijven. Ook een gezonde bodem en voldoende rustperiodes dragen bij aan een gevarieerde vegetatie.

Volledig voorkomen dat de samenstelling van een weiland verandert is vrijwel onmogelijk. De soorten planten die groeien, worden voortdurend beïnvloed door begrazing, weersomstandigheden en de bodem.

Ook de manier waarop een weiland wordt bemest heeft invloed op de vegetatie. Een voedselrijke bodem stimuleert vooral de groei van grassen, waardoor veel kruiden minder kans krijgen.

Tot slot

Een kruidenrijke wei bestaat uit meer dan alleen een weiland met veel verschillende planten. Het gaat vooral om de aanwezigheid van kruiden die daadwerkelijk bijdragen aan het natuurlijke foerageergedrag en het rantsoen van schapen en geiten.

Tegelijkertijd verandert een weiland voortdurend. Smakelijke kruiden kunnen verdwijnen, minder aantrekkelijke planten kunnen juist toenemen en de voedingswaarde van de vegetatie wisselt gedurende het jaar. Een kruidenrijke wei is daarom een mooie basis, maar vraagt wel om beheer. Door aandacht te besteden aan de vegetatie en het totale rantsoen, creëer je de beste omstandigheden voor gezonde schapen en geiten.


Een kruidenrijke wei is een mooie basis

Een kruidenrijke wei vormt een mooie basis voor het rantsoen, maar biedt geen garantie dat schapen en geiten alle benodigde vitaminen, mineralen en sporenelementen binnenkrijgen. Daarom adviseren wij om het rantsoen aan te vullen met een balancer. Zo krijgen je dieren dagelijks de voedingsstoffen binnen die ze nodig hebben, terwijl gras, hooi of een kruidenrijke wei de basis van het rantsoen blijven.

Bekijk hier onze voeders voor schapen en geiten.