Wie schapen of geiten houdt, weet dat goed ruwvoer de basis vormt van het rantsoen. Hooi en weidegras leveren vezels, eiwitten en energie en houden de pens aan het werk. Toch betekent voldoende goed ruwvoer niet automatisch dat een dier ook alle vitaminen, mineralen en sporenelementen binnenkrijgt die het dagelijks nodig heeft.
Traditioneel wordt daarvoor vaak krachtvoer bijgevoerd. Maar juist bij hobbydieren ontstaat daar een lastig probleem. Veel schapen en geiten hebben helemaal niet zoveel extra calorieën nodig. Geef je wel de aanbevolen hoeveelheid krachtvoer om voldoende vitaminen en mineralen binnen te krijgen, dan kan het dier gemakkelijk te zwaar worden. Geef je daarom maar een handje, dan krijgt het dier óók maar een deel van de vitaminen en mineralen binnen waarvoor het voer is samengesteld.
Een balancer biedt een andere manier van aanvullen.
Ruwvoer levert veel, maar niet altijd alles
Gras en hooi zijn natuurproducten. Wat erin zit, wordt onder andere bepaald door de bodem, bemesting, het seizoen, het groeistadium waarin het gras wordt geoogst en de manier waarop het ruwvoer wordt gewonnen en bewaard.
Daardoor kunnen ook in goed ruwvoer bepaalde vitaminen, mineralen en sporenelementen beperkt aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld aan selenium, koper en zink. Dat betekent niet dat het ruwvoer slecht is. Het betekent alleen dat voldoende ruwvoer niet automatisch hetzelfde is als een volledig voorzien rantsoen.
Een schaap of geit kan dus prima op gewicht blijven van gras en hooi en tegelijkertijd onvoldoende van bepaalde micronutriënten binnenkrijgen.
Die voedingsstoffen leveren nauwelijks calorieën, maar zijn wel nodig voor allerlei processen in het lichaam. Mineralen en vitaminen spelen onder andere een rol bij botten en spieren, weerstand, vruchtbaarheid, bloedaanmaak en stofwisseling.
Het verschil tussen een balancer en krachtvoer
Krachtvoer en een balancer kunnen allebei vitaminen en mineralen bevatten, maar ze hebben een ander uitgangspunt.
Traditioneel krachtvoer levert naast vitaminen en mineralen ook een aanzienlijke hoeveelheid energie en eiwit. Dat kan heel nuttig zijn voor een dier dat bijvoorbeeld groeit, melk produceert of om een andere reden meer nodig heeft dan het uit zijn ruwvoer kan halen.
Maar niet ieder schaap of iedere geit heeft die extra calorieën nodig.
Een balancer bevat de vitaminen, mineralen en sporenelementen daarom in een veel kleinere dagelijkse hoeveelheid. Je kunt daarmee gericht aanvullen wat in het ruwvoer ontbreekt, zonder dat je daarvoor veel extra voer hoeft te geven.
Dat verschil is vooral belangrijk bij dieren die met hooi en gras al gemakkelijk op gewicht blijven. Ook zij hebben dagelijks vitaminen en mineralen nodig.
Waarom ‘een handje brok’ niet altijd hetzelfde doet
Veel hobbyhouders voeren bewust maar een kleine hoeveelheid krachtvoer. Dat is begrijpelijk: wanneer een dier gemakkelijk op gewicht blijft, wil je niet onnodig veel bijvoeren.
Maar krachtvoer is samengesteld op basis van een bepaalde dagelijkse voerhoeveelheid. De hoeveelheid vitaminen en mineralen die het dier binnenkrijgt, hangt dus ook af van hoeveel je ervan geeft.
Wanneer op het voeradvies bijvoorbeeld een bepaalde hoeveelheid per dag staat en je daarvan maar een klein deel voert, krijgt het dier ook maar een deel van de toegevoegde vitaminen en mineralen binnen.
Een balancer is juist ontwikkeld om die voedingsstoffen in een kleinere hoeveelheid voer te leveren. Niet omdat een schaap of geit meer moet eten, maar omdat je wilt aanvullen wat nog ontbreekt.
En als een dier wel meer nodig heeft?
Een balancer betekent niet dat krachtvoer nooit nodig is.
Een dier in groei, dracht of lactatie kan naast vitaminen en mineralen ook behoefte hebben aan extra energie en eiwit. Hetzelfde kan gelden voor een dier dat te mager is of onvoldoende uit het ruwvoer kan halen.
Dan moet naar het volledige rantsoen worden gekeken. Een balancer kan de micronutriënten aanvullen, maar levert niet automatisch alles wat nodig is om een tekort aan calorieën of eiwit op te vangen.
Andersom geldt hetzelfde: een dier dat gemakkelijk te zwaar wordt, heeft misschien geen extra calorieën nodig, maar nog steeds wel vitaminen, mineralen en sporenelementen.
Een balancer als onderdeel van het rantsoen
Een balancer vervangt het ruwvoer dus niet. Hooi en weidegras blijven de basis. Ook lost een balancer problemen door bijvoorbeeld onvoldoende ruwvoer, parasieten, gebitsproblemen of ziekte niet op.
Het is simpelweg een andere manier van aanvullen: eerst kijken wat het dier uit zijn basisrantsoen krijgt en vervolgens gericht toevoegen wat nog ontbreekt.
Dat maakt een balancer vooral interessant voor hobbyhouders die hun rantsoen eenvoudig willen houden. Ruwvoer vormt de basis, de balancer vult de vitaminen, mineralen en sporenelementen aan en alleen wanneer het dier daarnaast meer nodig heeft, voeg je dat gericht toe.
Praktisch toepassen?
Met een gerichte aanvulling van vitaminen, mineralen en sporenelementen maak je het rantsoen compleet zonder onnodig extra energie te voeren.
Bekijk hier onze ruwvoermixen en balancers voor schapen en geiten.