Voor veel hobbyhouders vormen hooi en gras de basis van het rantsoen. En dat klopt ook: schapen en geiten zijn herkauwers en hebben vezelrijk ruwvoer nodig voor een gezonde vertering.
Maar een goede basis betekent niet automatisch dat het rantsoen compleet is.
Ruwvoer als fundament van de vertering
Hooi en gras leveren vezels die essentieel zijn voor het herkauwen en een stabiele penswerking. Tijdens het herkauwen produceren dieren speeksel, dat helpt om de zuurgraad in de pens in balans te houden.
In de pens breken micro-organismen deze vezels langzaam af en zetten ze om in energie. Dit proces zorgt voor een geleidelijke en stabiele energievoorziening, zolang het rantsoen voldoende structuur bevat.
Wanneer dit goed functioneert, zie je vaak rustige dieren, een stabiele voeropname en een gelijkmatige vertering.
In de blog De pens uitgelegd – basis van gezondheid bij schapen en geiten lees je hoe dit proces precies werkt.
De kwaliteit van hooi en gras verschilt sterk
Niet elk hooi of gras bevat dezelfde voedingsstoffen.
De samenstelling wordt beïnvloed door bodem, weersomstandigheden, groeifase en opslag. Daardoor kan ruwvoer er goed uitzien, maar toch tekorten bevatten.
Op Nederlandse gronden zijn mineralen zoals koper, selenium en zink vaak minder goed beschikbaar. Daarnaast kunnen andere elementen in de bodem de opname van deze stoffen in het dier beperken.
Hierdoor krijgen dieren via hooi en gras niet altijd alles binnen wat ze nodig hebben, zelfs wanneer ze voldoende eten.
Vulling is niet hetzelfde als volledige voeding
Een belangrijk misverstand is dat een dier dat “vol” zit, ook goed gevoed is.
Hooi en gras zorgen voor vulling en verzadiging, maar dat zegt niets over de volledigheid van het rantsoen. Dieren kunnen er rustig op lijken en toch ongemerkt tekorten ontwikkelen.
Deze ontstaan vaak geleidelijk en worden pas zichtbaar wanneer het lichaam al langere tijd niet optimaal functioneert. Het verschil zit dus niet in de hoeveelheid voer, maar in de balans van voedingsstoffen.
Wat gebeurt er bij tekorten?
Vitaminen, mineralen en sporenelementen zijn maar in kleine hoeveelheden nodig, maar spelen een grote rol in het lichaam.
Koper is bijvoorbeeld belangrijk voor pigmentvorming, weerstand en de ontwikkeling van het zenuwstelsel. Een tekort kan zich uiten in een doffere of verkleurde vacht en een verminderde weerstand.
Selenium ondersteunt de spierfunctie en het immuunsysteem. Bij een tekort kunnen dieren minder vitaal worden of bij jonge dieren problemen krijgen in de spierontwikkeling.
Zink speelt een rol in huid, vacht en hoefkwaliteit. Een tekort kan zorgen voor een slechtere vacht, langzamere wondgenezing en een verminderde conditie.
Ook de verhouding tussen calcium en fosfor is belangrijk voor botopbouw en stofwisseling. Wanneer deze uit balans raakt, kan dit op langere termijn problemen geven, zoals groeistoornissen of urinestenen bij bokken en rammen.
Daarnaast zijn eiwitten nodig als bouwstoffen voor groei, herstel en melkproductie. Een tekort kan leiden tot tragere ontwikkeling en conditieverlies.
Wat deze tekorten gemeen hebben, is dat ze vaak langzaam ontstaan. Dieren lijken in eerste instantie gezond, maar raken op de achtergrond uit balans.
Gras kan ook uit balans zijn
Waar hooi soms tekorten geeft, kan vers gras juist het tegenovergestelde probleem geven.
Vooral in het voorjaar bevat gras vaak relatief veel eiwit en suikers. Deze worden snel gefermenteerd in de pens, wat kan zorgen voor een minder stabiele vertering.
Daardoor zie je soms zachtere mest of meer onrust in de kudde, ondanks dat er voldoende voer aanwezig is.
In de blog Waarom vers Nederlands gras niet altijd ideaal is voor geiten lees je hoe dit ontstaat.
Waarom likstenen niet altijd voldoende zijn
Veel hobbyhouders proberen tekorten op te vangen met een liksteen. Dat lijkt logisch, maar in de praktijk is de opname vaak lastig te sturen.
Sommige dieren likken er nauwelijks aan, terwijl andere dieren juist meer opnemen dan nodig is. Daardoor is het moeilijk om zeker te weten of elk dier voldoende binnenkrijgt.
Daarnaast zijn veel likstenen vrij algemeen samengesteld en niet specifiek afgestemd op de behoefte van schapen of geiten, of op de samenstelling van het ruwvoer.
Een liksteen kan dus een aanvulling zijn, maar biedt niet altijd de zekerheid van een uitgebalanceerde mineralenvoorziening.
In de blog Liksteen voor schapen en geiten: wat doet een liksteen in het rantsoen? lees je hier meer over.
Aanvullen zonder de vertering te verstoren
Wanneer ruwvoer niet alles levert wat een dier nodig heeft, is het belangrijk om gericht aan te vullen zonder de vertering uit balans te brengen.
Extra krachtvoer of granen voegen vaak vooral energie toe, terwijl dat niet altijd nodig is en de pens juist kan verstoren.
Een gerichte aanvulling met vitaminen, mineralen en sporenelementen helpt om het rantsoen compleet te maken zonder het zwaarder te maken.
In de blog Wat is een balancer voor schapen en geiten lees je hoe dit werkt.
Ruwvoermix als aanvulling op hooi
Wanneer hooi de basis vormt, kan een ruwvoermix helpen om het rantsoen consistenter en completer te maken.
Een ruwvoermix bevat verschillende vezelrijke grondstoffen, waardoor dieren langer bezig zijn met eten en meer herkauwen. Dit ondersteunt de penswerking en zorgt vaak voor meer rust in de kudde.
Daarnaast helpt een constante samenstelling om het rantsoen beter voorspelbaar te maken, zeker wanneer de kwaliteit van hooi wisselt.
In combinatie met een balancer, of wanneer deze al in de mix verwerkt is, wordt niet alleen de verzadiging ondersteund, maar ook de aanvoer van essentiële voedingsstoffen.
Het doel is daarbij niet om hooi te vervangen, maar om het rantsoen aan te vullen op een manier die past bij de natuurlijke vertering van schapen en geiten.
In de blog Wat is een ruwvoermix voor schapen en geiten lees je hier meer over.
Tot slot
Hooi en gras vormen de basis van een gezond rantsoen, maar zijn niet automatisch volledig.
Door verder te kijken dan alleen vulling en ook aandacht te besteden aan de balans van voedingsstoffen, kun je tekorten voorkomen en de gezondheid van je dieren beter ondersteunen.
Een stabiel rantsoen met voldoende vezels én de juiste aanvulling zorgt uiteindelijk voor meer rust, betere vertering en vitalere dieren.
Praktisch toepassen?
Een goede balans begint bij ruwvoer en de juiste aanvulling.
Bekijk hier onze ruwvoermixen en balancers voor schapen en geiten: