Waarom schapen en geiten niet alleen in de winter extra voeding nodig hebben

Veel hobbyhouders geven hun schapen of geiten vooral in de winter iets extra’s naast hooi of gras. Zodra het voorjaar begint en het weiland weer groen wordt, stopt die aanvulling vaak. Dat lijkt logisch: er is weer gras, dus het dier zal alles wel binnenkrijgen.

Toch is het seizoen op zichzelf geen goede graadmeter voor voeding. Niet alleen in de winter, maar ook in de zomer kunnen dieren behoefte hebben aan extra ondersteuning. Het gaat uiteindelijk niet om de kalender, maar om de kwaliteit van het ruwvoer en de behoefte van het dier.

Waarom mensen vooral in de winter bijvoeren

In de winter is goed zichtbaar dat dieren meer energie gebruiken. Ze moeten hun lichaamstemperatuur op peil houden, gras groeit minder hard en het rantsoen bestaat vaker uit hooi of kuilvoer. Daardoor voelen veel houders goed aan dat aanvulling nodig kan zijn.

Dat klopt ook deels. Bij koud weer stijgt de energiebehoefte, zeker wanneer dieren nat staan, veel wind vangen of minder beschutting hebben. Vooral sobere dieren in magere conditie kunnen dan extra ondersteuning nodig hebben.
Maar voeding draait niet alleen om temperatuur.

Koud weer vraagt energie, warm weer niet automatisch minder aandacht

Wanneer het koud is, gebruikt een dier meer energie om warm te blijven. Dat betekent echter niet dat in warmere maanden alle voedingsbehoeften automatisch zijn opgelost.

In de lente en zomer hoeft een dier misschien minder energie te gebruiken voor warmte, maar andere processen lopen gewoon door. Denk aan groei, herstel, dracht, lactatie, weerstand en het onderhouden van spieren en vacht.

Een dier kan dus in de zomer prima genoeg calorieën binnenkrijgen, maar alsnog tekorten ontwikkelen in belangrijke voedingsstoffen.

Groen gras is niet automatisch compleet voer

Veel mensen zien een groen weiland en denken dat dit gelijkstaat aan optimale voeding. Maar gras zegt niet alles.

De voedingswaarde van gras hangt af van bodemkwaliteit, bemesting, groeifase, droogte, regenval en het soort gras dat groeit. Jong gras bevat vaak relatief veel water, eiwit en suikers, maar dat betekent niet automatisch dat het ook rijk is aan alle vitaminen, mineralen en sporenelementen.

Mineralen zoals koper, selenium en zink zijn op veel gronden wisselend of beperkt beschikbaar. Daardoor kunnen dieren genoeg gras eten en toch niet alles binnenkrijgen wat ze nodig hebben.

Meer gras betekent niet altijd meer opname

In het voorjaar en de zomer bevat gras vaak veel vocht. Daardoor eten dieren soms veel volume, maar minder droge stof dan mensen denken.

Dat betekent dat een dier de hele dag staat te grazen en er 'goed op zit', terwijl de daadwerkelijke opname van vezels en voedingsstoffen minder hoog kan zijn dan verwacht.

Daarnaast kan snel groeiend gras de vertering minder stabiel maken, zeker wanneer het rantsoen weinig structuur bevat.

De behoefte van het dier verandert met het seizoen mee

Niet alleen het gras verandert, ook het dier verandert.

In het voorjaar worden veel lammeren geboren. Moederdieren zitten dan in lactatie en hebben een hogere behoefte aan energie, eiwit en mineralen. Jonge dieren groeien snel en hebben bouwstoffen nodig voor botten, spieren en weerstand.

Oudere dieren of dieren die moeten herstellen kunnen eveneens extra ondersteuning nodig hebben, ongeacht het seizoen.
Het is dus goed mogelijk dat juist in de lente of zomer de behoefte stijgt, terwijl mensen denken dat aanvullen niet meer nodig is.

Alleen voeren als het koud is, is te simpel gedacht

Temperatuur speelt een rol, maar is slechts één factor.

Een koudere winterdag met droog hooi en een dier in goede conditie kan soms minder aandacht vragen dan een warme lentedag waarop een ooi in lactatie zit, lammeren hard groeien en het gras wel volop aanwezig is, maar niet automatisch alle voedingsstoffen levert die nodig zijn.

Daarom werkt voeren op gevoel van temperatuur alleen vaak onvoldoende. Beter is om te kijken naar de conditie van het dier, de levensfase, de kwaliteit van hooi of gras, de mest en vertering en het gedrag of de voeropname.

Slim aanvullen zonder zwaarder te voeren

Bijvoeren betekent niet automatisch meer brok of veel extra energie geven.

Vaak is juist een gerichte aanvulling met vitaminen, mineralen en sporenelementen waardevoller dan zomaar meer voeren. Zo ondersteun je het rantsoen zonder de pens onnodig te belasten of overgewicht te stimuleren.

In de blog Wat is een balancer? Uitleg voor schapen- en geitenhouders lees je hoe dit werkt.
Wanneer gras erg jong of rijk is, kan extra structuur via hooi of een vezelrijke ruwvoermix juist helpen om de vertering stabiel te houden.

Tot slot

Schapen en geiten hebben niet alleen in de winter aandacht nodig qua voeding.
Winterkou kan de energiebehoefte verhogen, maar ook in lente en zomer kunnen tekorten ontstaan of kan de behoefte juist toenemen door groei, lactatie of wisselende graskwaliteit.

Niet het seizoen bepaalt of aanvulling nodig is, maar het totaalplaatje van dier, ruwvoer en conditie.
Door daar naar te kijken, voer je niet volgens de kalender, maar volgens wat je dieren echt nodig hebben.


Praktisch toepassen?

Een goede balans begint bij ruwvoer en de juiste aanvulling.
Bekijk hier onze ruwvoermixen en balancers voor schapen en geiten:

Schapenvoer
Geitenvoer