Wanneer je je verdiept in voeding voor paarden, kom je al snel veel verschillende adviezen tegen. Van krachtvoer en balancers tot supplementen en slobbers.
Toch begint een goed rantsoen niet bij deze toevoegingen, maar bij iets veel fundamentelers. Net als bij andere herkauwers en vezelverwerkers ligt de basis bij ruwvoer. Maar wat betekent dat precies voor een paard?
De basis ligt in vezels en structuur
De spijsvertering van een paard is ingericht op het verwerken van vezelrijk voer dat over de dag verspreid wordt opgenomen. In de natuur zijn paarden vrijwel continu bezig met eten. Niet in grote porties, maar in kleine hoeveelheden, met vooral gras en andere structuurrijke planten.
Deze manier van eten zorgt voor een constante stroom door het maagdarmkanaal en een stabiele omgeving in de darmen. Vezels spelen daarin een centrale rol. Ze zorgen niet alleen voor vulling, maar ook voor beweging in de darm en voor een gelijkmatige vertering.
Wanneer deze basis ontbreekt of onder druk komt te staan, wordt het hele systeem gevoeliger voor schommelingen.
Meer dan alleen wat er in het voer zit
Voeding gaat bij paarden niet alleen over voedingsstoffen, maar ook over hoe en hoe snel er gegeten wordt.
Wanneer een rantsoen weinig structuur bevat of snel wordt opgenomen, bijvoorbeeld door een groter aandeel krachtvoer, verandert het eetgedrag. De tijd die een paard bezig is met eten wordt korter, terwijl de behoefte om te kauwen en te zoeken naar voedsel blijft bestaan.
Dat zie je vaak terug in onrust rond voermomenten of gedrag dat ontstaat uit verveling. Niet omdat het paard per se te weinig krijgt, maar omdat de manier waarop het rantsoen is opgebouwd minder goed aansluit bij zijn natuurlijke behoefte.
Een vezelrijk rantsoen met voldoende structuur zorgt er juist voor dat een paard langer bezig is met eten en rustiger blijft in zijn gedrag.
Wanneer alleen ruwvoer niet voldoende is
Hoewel ruwvoer de basis vormt, betekent dat niet dat het altijd alles dekt.
De kwaliteit van hooi of gras kan sterk variëren en is niet altijd zichtbaar aan de buitenkant. Daarnaast zijn er situaties waarin de behoefte van een paard verandert, bijvoorbeeld bij arbeid, groei of herstel.
In zulke gevallen kan het nodig zijn om het rantsoen aan te vullen, niet om de basis te vervangen, maar om deze weer in balans te brengen.
Juist daar gaat het vaak mis. Niet omdat er wordt aangevuld, maar omdat de aanvulling het rantsoen overneemt in plaats van ondersteunt.
Balans in plaats van zoveel mogelijk
Een goed rantsoen voor een paard draait niet om zoveel mogelijk voeren, maar om de juiste verhoudingen.
Wanneer de basis uit voldoende vezels en structuur bestaat en het voer over de dag verdeeld wordt opgenomen, blijft de vertering stabieler en het gedrag rustiger. Aanvullingen kunnen daarin een rol spelen, maar alleen wanneer ze aansluiten op wat er al ligt.
Te weinig structuur kan problemen geven, maar te veel energie of een verkeerde verhouding kan dat net zo goed.
Praktisch kijken naar je paard
Omdat ieder paard anders is, bestaat er geen standaard rantsoen dat voor alle situaties werkt.
De conditie van het paard, het gedrag rond voer en de kwaliteit van het ruwvoer geven vaak al veel informatie over of de basis klopt. Van daaruit kun je bepalen of er iets aangepast moet worden.
Niet door direct meer te voeren, maar door eerst te kijken of de basis in balans is.
Tot slot
Een gezond rantsoen begint bij het begrijpen van waar een paard van nature op gebouwd is.
Vezels, structuur en een gelijkmatige opname vormen daarin de basis. Niet ingewikkeld, maar wel bepalend voor hoe stabiel een paard zich kan ontwikkelen en blijven functioneren.
Praktisch toepassen?
Een goede balans begint bij ruwvoer en de juiste aanvulling.