Voertermen uitgelegd voor varkens: vezels, vertering, eiwitten en energie

Wie zich verdiept in voeding voor varkens komt al snel allerlei termen tegen: ruwvoer, krachtvoer, vezels, zetmeel, eiwitten, fermentatie en vertering.

Het zijn woorden die vaak los van elkaar worden gebruikt, terwijl ze juist sterk met elkaar samenhangen.

In deze blog leggen we deze begrippen rustig uit, zodat je beter begrijpt wat er in het lichaam van je varken gebeurt en hoe voeding daarop van invloed is.

Ruwvoer en krachtvoer

Bij varkens wordt minder vaak gesproken over ruwvoer en krachtvoer dan bij herkauwers, maar het onderscheid is er wel.

Ruwvoer bestaat uit vezelrijke producten zoals gras, hooi of andere grove plantdelen. Dit levert weinig energie, maar draagt wel bij aan verzadiging en natuurlijk gedrag.

Krachtvoer is geconcentreerder en bevat meer energie, vaak afkomstig uit granen, zetmeel en vetten.

In de praktijk krijgen varkens meestal vooral krachtvoer, eventueel aangevuld met vezelrijke producten. De verhouding daartussen bepaalt voor een groot deel hoe energierijk het rantsoen is.

Koolhydraten, zetmeel en suikers

Koolhydraten vormen een belangrijke energiebron voor varkens. Binnen deze groep wordt onderscheid gemaakt tussen zetmeel en suikers. Beide worden in de dunne darm snel verteerd en leveren direct energie.

Voer dat rijk is aan zetmeel en suikers zorgt voor een snelle energievoorziening, maar kan er ook voor zorgen dat varkens sneller aankomen en minder verzadigd zijn.

Daarom is het belangrijk dat deze snelle energiebronnen in balans zijn met vezels, zodat het rantsoen niet te geconcentreerd wordt.

Eiwitten

Eiwitten zijn nodig voor groei, spieropbouw en herstel.

Maar net als bij energie geldt ook hier dat het niet alleen om de hoeveelheid gaat, maar om de balans. Eiwit moet passen bij de energie-inhoud van het rantsoen en bij de behoefte van het dier.

👉 In de blog “Eiwitten bij varkens”  lees je hoe eiwit in de praktijk werkt en waar je op kunt letten.

Vezels

Vezels spelen een belangrijke rol in het rantsoen van varkens.

Ze zorgen voor verzadiging, ondersteunen de darmwerking en helpen om rust in het voerpatroon te brengen. Daardoor eten varkens minder gehaast en blijven ze vaak beter in conditie.

Hoewel varkens vezels minder goed verteren dan herkauwers, dragen ze wel bij aan een stabiele darmwerking en een evenwichtiger voeropname.

Structuur

Structuur zegt iets over de fysieke vorm van het voer en hoe een varken erop kauwt.

Voer met meer structuur zorgt ervoor dat varkens langer bezig zijn met eten. Dit draagt bij aan rust, voorkomt schrokken en ondersteunt een natuurlijker eetgedrag.

Structuur en vezels worden vaak samen genoemd, maar hebben ieder hun eigen rol. Waar vezels vooral invloed hebben op de darmwerking, heeft structuur meer effect op gedrag en voeropname.

Energie

Bij varkens draait voeding vaak om energie en groei. Veel standaard varkensvoeders zijn ontwikkeld om dieren zo efficiënt mogelijk te laten groeien. Deze voeders bevatten vaak veel energie uit granen, zetmeel en soms vetten.

Voor hobbyvarkens of rassen die rustiger groeien, past dit niet altijd goed. Deze dieren hebben vaak meer baat bij een rantsoen dat minder geconcentreerd is in energie en beter in balans is met vezels.

Te veel energie kan leiden tot overgewicht of een te snelle groei, terwijl een meer gebalanceerd rantsoen juist zorgt voor een stabielere ontwikkeling en betere conditie.

Vertering

De vertering bij varkens begint in de mond en loopt via de maag en dunne darm naar de dikke darm.

In de dunne darm worden vooral eiwitten, vetten en zetmeel verteerd. Hier vindt het grootste deel van de opname van voedingsstoffen plaats.

Wat daarna overblijft, komt in de dikke darm terecht. Hier worden vezels verder afgebroken door micro-organismen. Dit proces wordt fermentatie genoemd.

Tijdens deze fermentatie ontstaan onder andere vluchtige vetzuren. Deze leveren nog een kleine hoeveelheid energie en dragen bij aan een gezonde darmomgeving.

Een goed rantsoen ondersteunt dit proces in balans. Dat betekent dat voedingsstoffen op de juiste plek worden verteerd en dat de belasting van het spijsverteringsstelsel niet te groot wordt.

In de blog “Hoe werkt de vertering van een varken?” lees je wat er precies in het lichaam van je varken gebeurt tijdens de vertering.

Verteerbaarheid

Verteerbaarheid geeft aan hoe goed een dier voedingsstoffen uit het voer kan opnemen.

Niet alles wat in een voer zit, wordt ook daadwerkelijk benut. De samenstelling van het voer bepaalt in grote mate hoe goed voedingsstoffen beschikbaar komen voor het dier.

Voer met een hoge verteerbaarheid levert snel energie. Voer met meer vezels wordt langzamer verteerd en draagt meer bij aan verzadiging en een stabiele darmwerking.

Postbioticum

Op sommige voeretiketten kom je termen tegen zoals prebiotica, probiotica of postbioticum.
Een postbioticum bestaat uit producten van micro-organismen, zoals reststoffen of metabolieten, die ontstaan tijdens fermentatieprocessen.

In tegenstelling tot probiotica bevat een postbioticum geen levende bacteriën, maar juist de stoffen die deze bacteriën produceren. Deze kunnen bijdragen aan een stabiele darmomgeving en ondersteunen de vertering. Het wordt vaak toegevoegd als extra ondersteuning van de darmgezondheid, vooral in voeders die gericht zijn op balans en stabiliteit.

Waarom deze termen samen horen

De begrippen in deze blog staan niet los van elkaar. Wat een varken eet, bepaalt hoe de vertering verloopt. En hoe de vertering verloopt, bepaalt weer hoe goed voedingsstoffen worden benut. Vezels, energie en vertering werken daarin samen. Niet als losse onderdelen, maar als één geheel.

Wanneer dat geheel in balans is, zie je dat terug in een rustige voeropname, een stabiele darmwerking en een goede conditie.

Wat betekent dit in de praktijk?

In de praktijk draait voeding voor varkens niet alleen om energie of groei. Het gaat om een rantsoen dat past bij het dier. Een rantsoen waarin energie en vezels in balans zijn en dat aansluit bij hoe een varken eet, verteert en zich ontwikkelt. Wanneer die balans klopt, ontstaat er rust. In het eetgedrag, in de vertering en in de conditie van het dier.

Tot slot

De termen in deze blog lijken misschien technisch, maar beschrijven eigenlijk iets heel eenvoudigs.

Ze vertellen wat er gebeurt tussen voer en dier. Wanneer je dat begrijpt, wordt het makkelijker om keuzes te maken en beter te beoordelen wat bij jouw varkens past.


Praktisch toepassen

Een uitgebalanceerd rantsoen begint met voldoende vezels en een samenstelling die past bij het dier.

Bekijk hier ons varkensvoer:

Wroetvoer
Veldvarken