In het voorjaar krijgen veel hobbyhouders te maken met een bijzondere periode: het aflammeren. Rond deze tijd komen ook veel vragen over voeding.
Moet een drachtige ooi of geit extra voer krijgen? Is ruwvoer voldoende? En wat hebben lammeren eigenlijk nodig?
Een vraag die ik onlangs kreeg was bijvoorbeeld:
“Mijn Ouessant ooi gaat binnenkort lammeren. Ze krijgt balancer en ruwvoermix. Moet ik nog iets extra’s voeren? En heeft het lammetje ook aanvullend voer nodig?”
Om die vraag goed te beantwoorden is het belangrijk om te begrijpen wat er in het lichaam van het dier verandert tijdens dracht en lactatie.
De laatste weken van de dracht
Tijdens het grootste deel van de dracht heeft een schaap of geit nauwelijks extra voeding nodig. De groei van het lam of de lammeren vindt namelijk vooral plaats in de laatste zes weken van de dracht.
In deze periode stijgt de behoefte aan energie en eiwitten, terwijl de ruimte in de buik juist kleiner wordt doordat de lammeren groeien. Hierdoor kan een dier soms minder ruwvoer opnemen, terwijl de behoefte juist toeneemt.
Voor veel hobbydieren blijft goed ruwvoer de basis van het rantsoen. Wanneer een ooi of geit een goede conditie heeft en kwalitatief hooi of gras krijgt, is het vaak niet nodig om veel extra voer te geven.
Wel is het belangrijk dat het rantsoen voldoende mineralen en sporenelementen bevat. Deze spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van het lam, de weerstand van het dier en een goed herstel rond de geboorte.
De rol van mineralen tijdens de dracht
Tijdens de dracht ondersteunen mineralen en sporenelementen verschillende processen in het lichaam. Ze zijn betrokken bij de ontwikkeling van botten en organen van het lam en dragen bij aan een goede weerstand en vruchtbaarheid.
Wanneer een dier vooral ruwvoer krijgt, kan het voorkomen dat niet alle sporenelementen in voldoende hoeveelheden aanwezig zijn of goed worden opgenomen. Mineralen zoals selenium, koper, zink en magnesium spelen hierbij een belangrijke rol. Wanneer een dier vooral ruwvoer krijgt, kan een passende mineralenaanvulling helpen om tekorten te voorkomen.
Een balancer kan in zo’n rantsoen zorgen dat de benodigde vitaminen en sporenelementen aanwezig zijn, zonder dat het dier extra energie of zetmeel krijgt.
Na het aflammeren: lactatie
Na de geboorte verandert de situatie opnieuw. Een ooi of geit die melk produceert, heeft meer voedingsstoffen nodig dan tijdens de dracht. Melkproductie vraagt veel van het lichaam, vooral in de eerste weken na het aflammeren.
Hoewel hobbydieren meestal minder melk produceren dan productiedieren, blijft het belangrijk dat de moeder voldoende voeding krijgt om melk te kunnen geven en tegelijkertijd zelf in conditie te blijven.
Ook in deze periode vormt goed ruwvoer de basis van het rantsoen. Wanneer de opname goed is en het dier in een stabiele conditie blijft, is een eenvoudige en vezelrijke voeding vaak voldoende.
Hebben lammeren extra voer nodig?
In de eerste weken van hun leven halen lammeren vrijwel al hun voeding uit de melk van hun moeder. Deze melk bevat precies de voedingsstoffen die ze nodig hebben voor groei, ontwikkeling en weerstand.
Na een paar weken beginnen lammeren vaak nieuwsgierig mee te eten met hun moeder. Ze knabbelen aan hooi, gras of het voer dat in de bak ligt. Dit is een normaal onderdeel van hun ontwikkeling en helpt de pens langzaam op gang te komen.
In de meeste hobbykuddes is speciaal voer voor lammeren daarom niet nodig zolang de moeder voldoende melk geeft en er goed ruwvoer beschikbaar is.
Wanneer is extra voeren wel nodig?
Soms kan aanvullende voeding wel nuttig zijn. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een ooi meerdere lammeren draagt, wanneer de conditie van het dier terugloopt of wanneer de kwaliteit van het ruwvoer minder goed is.
In zulke situaties kan een kleine aanvulling helpen om het rantsoen beter in balans te brengen. Dat kan bijvoorbeeld bestaan uit een extra portie goed ruwvoer, een vezelrijke ruwvoermix of extra balancer die ervoor zorgt dat het dier voldoende vitaminen en sporenelementen binnenkrijgt.
Het doel van zo’n aanvulling is meestal niet om veel extra energie te voeren, maar om ervoor te zorgen dat het dier voldoende voedingsstoffen krijgt terwijl de pens rustig blijft functioneren.
Daarom blijft het belangrijk dat voeding ook in deze periode vezelrijk en stabiel blijft, zodat de vertering niet onnodig wordt verstoord.
Een praktisch voorbeeld
Neem bijvoorbeeld een Ouessant ooi die in goede conditie is en dagelijks hooi of gras krijgt, aangevuld met een ruwvoermix en een balancer. In veel gevallen is dat ook rond het aflammeren al een compleet en passend rantsoen.
Wanneer de ooi voldoende ruwvoer opneemt en haar conditie stabiel blijft, is het meestal niet nodig om extra krachtvoer toe te voegen. De balancer zorgt ervoor dat vitaminen en sporenelementen aanwezig zijn, terwijl de ruwvoermix bijdraagt aan vezels en structuur in het rantsoen.
Ook voor het lam is in de eerste weken meestal geen aanvullend voer nodig. Lammeren halen hun voeding in die periode vooral uit de melk van de moeder. Wanneer ze ouder worden, beginnen ze vanzelf kleine hoeveelheden hooi of voer mee te eten, wat helpt bij de ontwikkeling van hun pens.
Door het rantsoen eenvoudig en stabiel te houden, ondersteun je zowel de moeder als het lam zonder de vertering onnodig te belasten.
Voeding na het spenen
Wanneer lammeren ouder worden en rond drie tot vier maanden worden gespeend, verandert hun voeding langzaam. Vanaf dat moment zijn ze niet langer afhankelijk van melk en moeten ze alle voedingsstoffen uit hun eigen rantsoen halen.
Goed ruwvoer blijft ook dan de basis. Omdat ruwvoer niet altijd alle benodigde vitaminen en sporenelementen bevat, kan een balancer helpen om het rantsoen compleet te maken.
Op die manier krijgen jonge dieren de mineralen binnen die nodig zijn voor groei, weerstand en ontwikkeling, zonder dat het rantsoen onnodig zwaarder wordt gemaakt.
Tot slot
De periode rond het aflammeren is bijzonder en vraagt extra aandacht voor het dier. Door te kijken naar conditie, ruwvoerkwaliteit en mineralenvoorziening kun je veel problemen voorkomen.
De meeste hobbydieren hebben geen ingewikkeld rantsoen nodig. Rust, structuur en een goede basisvoeding ondersteunen vaak het best, zowel voor de moeder als voor het lam.
Praktisch toepassen?
Een goede balans begint bij ruwvoer en de juiste aanvulling.
Bekijk hier onze ruwvoermixen en balancers voor schapen en geiten: