Steeds vaker kom je termen tegen zoals circulair voer, reststromen of duurzame bijproducten in diervoeding. Dat klinkt positief en dat is het in veel gevallen ook. Het hergebruiken van restproducten uit de voedingsindustrie helpt om verspilling te verminderen en grondstoffen beter te benutten.
Toch betekent duurzaam of circulair niet automatisch dat een voer ook optimaal past bij hobbyvarkens of mini varkens.
De vraag is daarom niet alleen óf een ingrediënt wordt hergebruikt, maar ook hoe het aansluit bij de vertering, energiebehoefte en het natuurlijke eetgedrag van het dier.
Wat zijn reststromen eigenlijk?
Reststromen zijn bijproducten die overblijven nadat een grondstof eerst voor menselijke voeding of een ander productieproces is gebruikt.
Voorbeelden hiervan zijn perskoeken of koekmeel uit olieproductie, bierbostel uit de bierindustrie, aardappelproducten, broodproducten of bakkerijresten en verschillende bijproducten uit de graan- en voedingsindustrie.
Deze producten bevatten vaak nog voedingsstoffen en kunnen daarom opnieuw worden ingezet in diervoeding. Vanuit duurzaamheid bekeken is dat logisch: er gaat minder verloren en grondstoffen worden efficiënter benut.
Waarom worden reststromen veel gebruikt?
Veel reststromen zijn relatief goedkoop beschikbaar en bevatten behoorlijk wat energie. Daardoor worden ze veel gebruikt in de veevoederindustrie.
Voor productiedieren kan dat interessant zijn. In de intensieve varkenshouderij ligt de focus vaak op snelle groei en efficiënte voederconversie. Voer wordt daarbij sterk afgestemd op productie en groei.
Daarnaast helpen sommige bijproducten technisch bij het maken van brokken, bijvoorbeeld door binding, smaak of structuur te geven.
Circulair betekent niet automatisch passend
Dat iets duurzaam of circulair is, betekent niet automatisch dat het ook goed aansluit bij hobbyvarkens.
Veel hobbyrassen en mini varkens bewegen anders, groeien rustiger en hebben vaak een lagere energiebehoefte dan productiedieren. Ze slaan energie bovendien relatief gemakkelijk op als vet.
Wanneer een rantsoen veel snel beschikbare energie bevat en weinig verzadigt, kunnen dieren ongemerkt meer energie opnemen dan ze nodig hebben. Dat kan bijdragen aan overgewicht, meer onrust rond voer en een minder stabiel eetpatroon.
Het gaat dus niet alleen om duurzaamheid, maar ook om de vraag of een ingrediënt past bij het dier dat het eet.
Wat doet dit met verzadiging en gedrag?
Veel reststromen bevatten relatief veel snel beschikbare koolhydraten of geconcentreerde energie.
Varkens zijn dieren die van nature een groot deel van hun dag besteden aan zoeken, wroeten en langzaam voedsel opnemen. Wanneer voer weinig structuur bevat en snel wordt opgenomen, kunnen dieren zich sneller weer hongerig voelen.
Voeding met voldoende vezels verzadigt vaak beter en helpt om het eetgedrag stabieler te houden. Dit speelt ook een belangrijke rol bij het voorkomen van overgewicht, zoals we uitleggen in onze blog over mini varkens en overgewicht.
Daarnaast heeft voeding invloed op de vertering van varkens. Hoe dit precies werkt, lees je uitgebreider in onze blog over de vertering van varkens.
Meer energie is niet altijd beter
Veel houders denken dat rijk voer automatisch beter of voedzamer is. Maar bij hobbyvarkens is dat niet altijd het geval.
Een dier dat weinig arbeid verricht of van nature gemakkelijk aankomt, heeft vaak meer baat bij een rantsoen dat gericht is op balans, vezels en verzadiging dan op maximale energieopname.
Dat betekent niet dat reststromen per definitie slecht zijn, maar wel dat het belangrijk blijft om te kijken naar de totale samenstelling van het voer.
Waar let je als hobbyhouder op?
Bij het beoordelen van varkensvoer is het daarom slim om verder te kijken dan termen als duurzaam, natuurlijk of circulair.
Belangrijker is of een voer past bij het type varken, voldoende vezels bevat en aansluit bij de energiebehoefte en conditie van het dier.
Een ingrediënt hoeft niet 'slecht' te zijn om toch minder passend te zijn voor hobbyvarkens.
Tot slot
Reststromen en circulaire ingrediënten spelen een steeds grotere rol in diervoeding en kunnen vanuit duurzaamheid waardevol zijn.
Maar duurzaam betekent niet automatisch dat een voer ook optimaal aansluit bij hobbyvarkens of mini varkens.
Vooral bij dieren die gemakkelijk aankomen blijft het belangrijk om te kijken naar vezels, verzadiging, vertering en de totale balans van het rantsoen.
Niet alleen wat er in het voer zit is belangrijk, maar vooral of het past bij het dier dat het eet.
Kijken naar meer dan alleen 'circulair'
Duurzame of circulaire ingrediënten kunnen waardevol zijn, maar uiteindelijk draait het om de vraag of een voer past bij het dier.
Een vezelrijk rantsoen met een gebalanceerde samenstelling helpt om verzadiging, vertering en conditie beter in balans te houden.
Bekijk hier ons varkensvoer