Een zeug voeren tijdens dracht en lactatie

Een zeug heeft niet het hele jaar dezelfde voedingsbehoefte. Een volwassen zeug zonder biggen heeft vooral voeding nodig om zichzelf gezond en in een goede conditie te houden. Tijdens de dracht komen daar de groei en ontwikkeling van de biggen bij en na het werpen vraagt de melkproductie ineens veel meer van haar lichaam.

Dat betekent niet dat je vanaf het moment dat een zeug gedekt is simpelweg meer voer moet gaan geven. Haar behoefte verandert gedurende de dracht en lactatie.

Door het rantsoen daarop aan te passen, voorkom je dat een zeug tijdens de dracht onnodig dik wordt of tijdens de lactatie juist te veel conditie verliest.

Begin al voor de dracht

Wil je een nestje met je zeug? Kijk dan voordat je haar laat dekken eerst goed naar haar conditie.

Overgewicht komt veel voor bij hobbyvarkens. Vooral varkens die jarenlang meer energie binnenkrijgen dan ze nodig hebben, kunnen langzaam steeds dikker worden. Bij zeugen kan ernstig overgewicht ook invloed hebben op de vruchtbaarheid. Een zeug die veel te dik is, kan moeilijker drachtig worden.

Twijfel je of je zeug een gezond gewicht heeft? In onze blog Hoe herken je een gezond gewicht bij een varken? leggen we uit hoe je de lichaamsconditie kunt beoordelen door onder andere naar de ribben, rug en heupen te kijken.

De dracht zelf is niet het moment om een zeug ineens streng op dieet te zetten. Zodra ze drachtig is, moet haar voeding immers niet alleen haar eigen lichaam ondersteunen, maar ook de ontwikkeling van de biggen.

Tijdens het eerste deel van de dracht

Een varkensdracht duurt ongeveer 114 dagen: drie maanden, drie weken en drie dagen.

In het eerste deel van de dracht zijn de biggen nog klein. De voedingsbehoefte van de zeug schiet daarom niet direct enorm omhoog zodra ze drachtig is.

Drachtig zijn betekent dus niet automatisch dat een zeug vanaf dag een veel meer voer nodig heeft.

Heeft je zeug een goede conditie, dan kan een compleet voer voor onderhoud in deze periode vaak nog prima passen. Een vezelrijk rantsoen is daarbij interessant, omdat het meer voervolume kan bieden zonder dat de zeug onnodig veel energie binnenkrijgt.

Blijf ondertussen vooral naar haar conditie kijken. Ze mag tijdens de dracht natuurlijk zwaarder worden door de groei van de biggen en alles wat daarbij hoort, maar het is niet de bedoeling dat ze vooral steeds meer lichaamsvet opbouwt.

Wil je weten waarom vezels zo belangrijk zijn voor varkens en waarom niet iedere vezel hetzelfde doet? Lees dan onze blog over vezels bij varkens.

In de laatste zes weken heeft ze meer nodig

Naarmate de dracht vordert, groeien de biggen steeds harder. Vooral in ongeveer de laatste zes weken neemt hun groei sterk toe. Richting het werpen bereidt ook het lichaam van de zeug zich steeds verder voor op de melkproductie.

Daardoor neemt haar behoefte aan energie, eiwit en andere voedingsstoffen toe.

Een voer dat bedoeld is voor een volwassen varken met een lage energiebehoefte kan dan op een gegeven moment niet meer voldoende zijn. Je kunt het rantsoen daarom geleidelijk voedzamer maken, bijvoorbeeld door een deel van het onderhoudsvoer te vervangen door een voer dat meer energie, eiwit en essentiële aminozuren levert.

Vezels blijven onderdeel van het rantsoen, maar hoeven niet de enige leidraad te zijn. De zeug moet nu immers ook voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen voor zichzelf en de groeiende biggen.

Hoeveel extra ze nodig heeft, hangt af van haar gewicht, conditie, het voer dat je gebruikt en de grootte van het nest. Kijk daarom niet alleen naar hoe lang ze drachtig is, maar ook naar de zeug zelf.

Tijdens de lactatie stijgt de behoefte flink

Na het werpen verandert de voedingsbehoefte het sterkst.

Melk produceren kost veel energie en voedingsstoffen. De zeug moet niet alleen zichzelf onderhouden, maar via haar melk ook haar biggen voeden.

Dit is daarom niet het moment voor een rantsoen dat vooral zo energiearm mogelijk is. Een zogende zeug moet voldoende energie, eiwit, essentiële aminozuren, vitamines en mineralen binnenkrijgen om haar melkproductie te ondersteunen.

Een zeer vezelrijk onderhoudsvoer kan in deze periode als enige voer te weinig energie en bouwstoffen leveren.

Ook tijdens de lactatie blijven vezels onderdeel van een goed rantsoen, maar de balans verschuift. Tijdens de dracht wil je voldoende voedingsstoffen combineren met verzadiging zonder dat de zeug onnodig vervet. Tijdens de lactatie wordt het juist belangrijk dat ze voldoende kan eten om haar hogere behoefte op te vangen.

Kijk daarom ook nu goed naar haar conditie. Verliest een zeug in korte tijd veel gewicht, dan kan dat een teken zijn dat ze via haar voer onvoldoende binnenkrijgt voor wat ze verbruikt.

Na het spenen daalt de behoefte weer

Zodra de biggen niet meer bij de zeug drinken, valt de grote voedingsvraag van de melkproductie weg.

Kijk dan opnieuw naar haar conditie. Heeft ze tijdens de lactatie veel gewicht verloren, dan heeft ze voldoende voeding en tijd nodig om daarvan te herstellen. Is haar conditie goed, dan kan het rantsoen weer worden aangepast aan onderhoud.

Bij een hobbyzeug die bijvoorbeeld één nest per jaar krijgt, kan deze onderhoudsperiode behoorlijk lang duren. Ze hoeft in die maanden niet gevoerd te worden alsof ze nog steeds drachtig is of melk produceert.

Wanneer ze structureel meer energie binnenkrijgt dan ze nodig heeft, kan ze langzaam weer te zwaar worden.

En daarmee zijn we eigenlijk weer terug bij het begin: de conditie waarin de zeug aan een eventuele volgende dracht begint.

Welk Veldvoer past bij een zeug?

Binnen het assortiment van Veldvoer kan Wroetvoer passen bij volwassen zeugen op onderhoud en tijdens het eerste deel van de dracht. Het is vezelrijk en ontwikkeld voor volwassen varkens met een lage energiebehoefte.

In de laatste weken van de dracht stijgt de voedingsbehoefte. Dan kan Veldvarken geleidelijk worden bijgevoerd om meer energie, eiwit en essentiële aminozuren te leveren.

Tijdens de lactatie sluit Veldvarken beter aan bij de hogere voedingsbehoefte van de zogende zeug. Afhankelijk van haar conditie en behoefte kan Wroetvoer onderdeel van het rantsoen blijven voor extra vezels.

Welke hoeveelheid en combinatie passend is, hangt af van het lichaamsgewicht, de conditie, de fase waarin de zeug zich bevindt en het overige rantsoen.

Wil je weten hoeveel voer je zeug in de verschillende fases van de dracht en lactatie nodig heeft? Bekijk dan ons voeradvies voor varkens.

Voer de zeug die voor je staat

Een zeug heeft dus niet simpelweg meer voer nodig omdat ze drachtig is.

Voor het dekken draait het om een gezonde conditie. In het eerste deel van de dracht verandert haar behoefte nog relatief weinig. In de laatste weken groeien de biggen steeds harder en heeft ze meer voedingsstoffen nodig. Tijdens de lactatie stijgt haar behoefte flink door de melkproductie en na het spenen daalt deze weer.

Het rantsoen groeit dus als het ware mee met de behoefte van de zeug. Kijk daarbij niet alleen naar de fase waarin ze zich bevindt, maar vooral naar de zeug die voor je staat.


Zeug met biggen

Praktisch toepassen?

Van onderhoud tot lactatie verandert de voedingsbehoefte van een zeug. Met Wroetvoer en Veldvarken kun je het rantsoen aanpassen aan iedere fase.

Bekijk hier ons varkensvoer.