Kun je een varken gezond voeren zonder brok?

Wie varkens houdt met welzijn als uitgangspunt, kijkt vaak ook kritisch naar wat er in de voerbak terechtkomt. Zeker bij traditionele en sobere varkensrassen kan een standaard vleesvarkensvoer niet altijd goed aansluiten bij het dier of bij de manier waarop het wordt gehouden.

Veel reguliere vleesvarkensvoeders zijn ontwikkeld voor een houderij waarin groei en voerefficiëntie belangrijke uitgangspunten zijn. Voor een houder die vooral wil dat zijn varkens gezond blijven, voldoende kunnen eten en natuurlijk gedrag kunnen uitvoeren, kunnen andere eigenschappen van een voer belangrijker zijn.

Een relatief energierijk voer kan bijvoorbeeld betekenen dat een varken maar een beperkte hoeveelheid krijgt om te voorkomen dat het te zwaar wordt. Die portie is snel op, terwijl varkens juist sterk gemotiveerd zijn om te zoeken, wroeten en eten.

Het is daarom begrijpelijk dat houders op zoek gaan naar alternatieven en uitkomen bij groente, fruit, groenvoer en andere reststromen. Die kunnen meer volume geven en het varken langer met eten bezighouden.
Waarom vezels daarbij zo interessant zijn, lees je in onze blog over vezels bij varkens.

Maar welzijnsgericht voeren betekent niet alleen kijken naar hoeveel een varken kan eten of hoe lang het ermee bezig is. Het betekent óók zorgen dat het dier alle voedingsstoffen krijgt die het nodig heeft.

Een alleseter is geen afvaleter

Varkens zijn alleseters. Ze kunnen voedingsstoffen halen uit zowel plantaardige als dierlijke voedingsmiddelen en kunnen daardoor heel gevarieerd eten.

Dat betekent alleen niet dat alles wat mensen overhouden samen automatisch een compleet rantsoen vormt.

Bij een wild zwijn vinden we dat eigenlijk heel vanzelfsprekend. Niemand zou een wild zwijn dagelijks oud brood, sla, druiven en ananas geven en dat een compleet rantsoen noemen omdat het dier nu eenmaal een alleseter is.

Wilde zwijnen zoeken afhankelijk van het seizoen naar allerlei verschillende voedselbronnen, zoals planten, wortels en knollen, zaden, vruchten, noten en dierlijk voedsel.

Onze gehouden varkens zijn geen wilde zwijnen en hun rantsoen hoeft dat natuurlijke dieet niet letterlijk na te bootsen. Maar het principe blijft hetzelfde. Een varken heeft niet simpelweg behoefte aan veel verschillende dingen. Het heeft onder andere energie, eiwitten en essentiële aminozuren, essentiële vetzuren, vezels, vitamines, mineralen en sporenelementen nodig.

Reststromen voeren is iets anders dan een rantsoen samenstellen

Het benutten van reststromen kan juist voordelen hebben. Groente, groenvoer en andere waterrijke of vezelrijke producten kunnen behoorlijk wat volume leveren. Daarnaast is het een mooie manier om voedingsmiddelen te benutten die anders verloren zouden gaan.

Het probleem ontstaat wanneer wat er toevallig beschikbaar is, bepaalt hoe het hele rantsoen eruitziet.

Een groentehandel selecteert zijn reststromen namelijk niet op de voedingsbehoefte van jouw varkens. De ene week is er misschien een grote partij ananassen over, de volgende week zijn het appels en sla en daarna aardbeien, druiven of sinaasappels.

Al deze producten hebben voedingswaarde, maar ze leveren niet hetzelfde. Een grote hoeveelheid waterrijke bladgroente heeft een heel andere samenstelling dan dezelfde hoeveelheid fruit. Daardoor kunnen de hoeveelheid energie, eiwit, vezels, vitamines en mineralen die het varken binnenkrijgt behoorlijk wisselen.

Wanneer je zelf een rantsoen samenstelt, draai je dat principe om. Je kijkt eerst naar wat het varken nodig heeft en kiest vervolgens voedingsmiddelen die daar samen in moeten voorzien.

Dat is het wezenlijke verschil:

Bij welzijnsgericht voeren begin je bij wat het varken nodig heeft. Bij reststromen voeren bepaalt vooral het beschikbare aanbod wat het varken krijgt.

Kijk net zo kritisch naar waarmee je de brok vervangt

Juist wanneer je bewust geen standaard varkensvoer wilt geven, is het belangrijk om met dezelfde kritische blik naar het alternatief te kijken.

Vind je een standaardvoer bijvoorbeeld te energierijk voor jouw varkens of wil je minder graan voeren? Dan los je dat niet automatisch op door grote hoeveelheden oud brood te geven. Brood bestaat immers voor een groot deel uit graan en kan eveneens behoorlijk wat gemakkelijk beschikbare energie leveren.

Een grote bak met brood, fruit en groente kan veel volume geven en er gevarieerd uitzien, terwijl je daarmee nog steeds niet weet of het varken voldoende van alle essentiële voedingsstoffen binnenkrijgt.

Eiwit is daar een goed voorbeeld van. Een rantsoen kan eiwit bevatten en toch onvoldoende van bepaalde essentiële aminozuren leveren. Waarom dat vooral bij groeiende varkens belangrijk is, lees je in onze blog over eiwittekort bij varkens.

Kritisch zijn op varkensvoer is dus helemaal niet verkeerd. Maar wees minstens zo kritisch op datgene waarmee je het vervangt.

Past brok voeren wel bij goed welzijn?

Een kleine portie energierijke brok die binnen een paar minuten op is, sluit niet goed aan bij de sterke behoefte van een varken om te zoeken, wroeten en eten. Dat is een begrijpelijke reden om te zoeken naar een manier van voeren waarbij het dier meer volume krijgt en langer met voedsel bezig kan zijn.

Maar dat probleem zit niet in het feit dat het voer de vorm van een brok heeft.
Wat een varken eet en hoe het zijn voedsel krijgt aangeboden zijn twee verschillende dingen.

Een compleet voer kan zo worden samengesteld dat het meer vezels en minder energie levert en daardoor beter aansluit bij varkens die niet zo snel mogelijk hoeven te groeien. Ook de manier waarop je het voer aanbiedt kan ruimte geven voor natuurlijk gedrag. Je kunt het bijvoorbeeld verspreiden of verstoppen, zodat het varken moet zoeken en wroeten. Gras, groenvoer en geschikte groenten kunnen daarnaast voor extra volume en bezigheid zorgen.

Dat uitgangspunt gebruiken we ook bij de ontwikkeling van onze varkensvoeders. We kijken niet alleen naar welke voedingsstoffen een varken nodig heeft, maar ook naar vezels, energiedichtheid, vertering en hoe het voer past binnen het totale rantsoen.

Brok voeren en welzijnsgericht voeren sluiten elkaar dus niet uit. Het gaat erom wat je voert en hoe je het voert.

Kun je dan wel compleet voeren zonder brok?

Ja, in principe wel.

Een varken heeft geen fysiologische behoefte aan een brokje. Het heeft behoefte aan de voedingsstoffen die in een compleet voer bij elkaar zijn gebracht. Die voedingsstoffen kun je ook uit losse voedingsmiddelen halen.

Eieren zijn bijvoorbeeld een waardevolle bron van hoogwaardige eiwitten en essentiële aminozuren en leveren daarnaast vetten, vitamines en mineralen. Insecten kunnen eveneens een interessante eiwitbron zijn. Verschillende groenten en planten kunnen weer andere voedingsstoffen leveren en ook noten, zaden, eikels, gras, kruiden, luzerne en klaver kunnen een plek in het rantsoen hebben.

Maar een verzameling waardevolle voedingsmiddelen is nog niet automatisch een compleet rantsoen.

Je moet ook weten hoeveel je ervan nodig hebt. Hoeveel eieren passen binnen het totale rantsoen? Hoeveel insecten zijn nodig om daadwerkelijk voldoende essentiële aminozuren te leveren? En hoe zit het vervolgens met calcium en fosfor, selenium, jodium, zink, koper en de verschillende vitamines?

Vanaf dat moment ben je niet meer simpelweg gevarieerd aan het voeren.
Je bent zelf een compleet rantsoen aan het samenstellen.

Daarbij kan ook het financiële voordeel van reststromen veranderen. Eieren hebben een kostprijs, noten en zaden zijn niet goedkoop en gedroogde insecten kunnen behoorlijk kostbaar zijn. Een rantsoen dat begint met gratis reststromen kan daardoor een stuk minder goedkoop blijken zodra je probeert het daadwerkelijk compleet te maken.

Welzijnsgericht voeren begint bij het varken

Er kunnen goede redenen zijn om kritisch te zijn op standaard varkensvoer. En er is niets mis met het voeren van geschikte groente, fruit, groenvoer of andere reststromen als onderdeel van het rantsoen.

Welzijn gaat alleen niet uitsluitend over een grote wei, een modderpoel, ruimte om te wroeten en een volle voerbak.
Goede voeding is óók onderdeel van dierenwelzijn, daarom begint welzijnsgericht voeren met de vraag:

Wat heeft mijn varken nodig?

Niet alleen aan voedingsstoffen, maar ook om een gezond gewicht te behouden en zijn natuurlijke eet- en foerageergedrag te kunnen uitvoeren. Of je daarvoor wel of geen brok gebruikt, is uiteindelijk niet het belangrijkste.

Een varken kan zonder brok. Maar goed welzijn kan niet zonder goede voeding.


Kruiwagen met fruit en brood

En hoe kijken we daar bij Veldvoer naar?

Bij Veldvoer ontwikkelen we varkensvoer vanuit hetzelfde uitgangspunt: het voer moet niet alleen voorzien in de voedingsbehoefte, maar ook passen bij het dier en de manier waarop het wordt gehouden. Daarom kiezen we voor vezelrijke voeders met een rustige energievoorziening, waarbij gezondheid en een passende ontwikkeling belangrijker zijn dan zo snel mogelijk groeien.

Zo kan een compleet voer de voedingskundige basis vormen, terwijl er binnen het rantsoen ruimte blijft voor groenvoer, geschikte verse voedingsmiddelen en natuurlijk foerageergedrag.

Bekijk hier ons varkensvoer.