Hooi voor schapen en geiten: alles over kiezen, voeren en bewaren

Voor schapen en geiten vormt ruwvoer de basis van het rantsoen. Gras en hooi zijn daarvan de bekendste vormen. In de zomer halen dieren een groot deel van hun ruwvoer uit de wei, terwijl hooi een steeds grotere rol krijgt wanneer er minder geschikt gras beschikbaar is. In de winter vormt hooi bij veel hobbydieren het grootste deel van het rantsoen.

Maar wie voor het eerst hooi gaat kopen, ontdekt al snel dat er behoorlijk wat te kiezen valt. Eerste snee of tweede snee? Fijn of grof hooi? Weidehooi, kruidenhooi of graszaadhooi? En hoe weet je eigenlijk of een baal van goede kwaliteit is?

Ook na de aankoop ontstaan vaak vragen. Hoeveel hooi heeft een schaap of geit per dag nodig? Kun je het onbeperkt aanbieden? Hoeveel balen heb je nodig voor de winter? Hoe bewaar je hooi zonder dat het gaat schimmelen? En kun je het beter in een ruif, net of op de grond aanbieden?

In deze blog leggen we stap voor stap uit waar je op kunt letten bij het kiezen, kopen, bewaren en voeren van hooi aan schapen en geiten.

Waarom hebben schapen en geiten hooi nodig?

Schapen en geiten zijn herkauwers. Hun spijsvertering is erop ingericht om vezelrijk plantaardig materiaal te verwerken.
Hooi levert veel ruwe celstof. Deze vezels worden voor een groot deel verteerd door de miljarden micro-organismen die in de pens leven. Daarbij ontstaan voedingsstoffen die het schaap of de geit vervolgens kan gebruiken.

Ruwvoer zorgt daarnaast voor veel kauw- en herkauwactiviteit. Tijdens het kauwen wordt speeksel aangemaakt, wat helpt om het milieu in de pens stabiel te houden. Voldoende ruwvoer is daarom belangrijk voor een gezonde penswerking en spijsvertering.

Hooi is dus veel meer dan alleen iets waarmee een dier zijn maag vult. Het vormt samen met ander geschikt ruwvoer de basis van het rantsoen.

Meer weten over hoe dit werkt? Lees dan De pens uitgelegd – basis van gezondheid bij schapen en geiten.

Hebben schapen en geiten naast gras ook hooi nodig?

Ook wanneer schapen en geiten in de wei lopen, kan het verstandig zijn om hooi beschikbaar te houden. Hoeveel ze daarvan eten, hangt af van de hoeveelheid en kwaliteit van het gras en van het dier zelf.

Vooral bij geiten is het goed om te beseffen dat een groene wei niet automatisch betekent dat er voldoende geschikt ruwvoer wordt opgenomen. Geiten zijn van nature selectieve eters en kiezen graag voor kruiden, bladeren, struiken en andere plantendelen. Ze kunnen behoorlijk kieskeurig worden wanneer gras langer en stengeliger wordt.

Schapen zijn meer uitgesproken grazers, maar ook voor hen verandert het aanbod gedurende het jaar. In het voorjaar kan jong gras erg rijk en relatief arm aan structuur zijn. Later in het seizoen kan er juist steeds minder smakelijk of voedzaam gras beschikbaar zijn.

In een kaalgegraasde weide is het natuurlijk helemaal duidelijk: groen dat nog op het perceel staat, betekent niet automatisch dat er voldoende te eten is.

Hooi biedt naast het wisselende weidegras een stabiele bron van vezelrijk ruwvoer. In periodes waarin weinig of geen geschikt gras beschikbaar is, wordt het vanzelf een groter deel van het rantsoen.

Meer specifiek over geiten lees je in Hebben geiten naast gras ook hooi nodig?

Wat is goed hooi voor schapen en geiten?

Goed hooi hoeft niet perfect groen, heel zacht of bijzonder fijn te zijn. Voor veel volwassen hobbydieren kan juist wat grover en structuurrijker hooi prima passen.
Veel belangrijker is dat het hooi droog, schoon en smakelijk is.

Goed hooi ruikt fris en aangenaam en voelt droog aan. Afhankelijk van het grasland kunnen er verschillende grassen en kruiden in zitten. Let vooral op wat je niet wilt zien of ruiken. Hooi dat muf ruikt, vochtige plekken bevat, zichtbaar beschimmeld is of enorm stoft wanneer je het uit elkaar trekt, is geen goed ruwvoer.

Ook de kleur zegt niet alles. Een mooie groene baal kan slecht bewaard zijn, terwijl wat geler en grover hooi uitstekend geschikt kan zijn voor sobere dieren.

Kijk daarom naar het geheel: geur, droogte, structuur, samenstelling en smakelijkheid zeggen samen veel meer dan alleen de kleur.

Eerste of tweede snee: wat is beter?

Bij de verkoop van hooi wordt vaak gesproken over eerste en tweede snee. De eerste snee is de eerste maaibeurt van het seizoen. Het gras dat daarna opnieuw groeit en opnieuw wordt gemaaid, vormt de tweede snee.
Toch vertelt alleen eerste of tweede snee nog niet precies wat er in een baal zit.

Een eerste snee die relatief laat is gemaaid, bevat meestal meer stengel en structuur. Het gras is verder ontwikkeld en de voedingswaarde is doorgaans lager dan van heel jong gemaaid gras. Dat kan juist goed passen bij volwassen, sobere schapen en geiten die gemakkelijk op gewicht blijven.

Een jong gemaaide tweede snee is vaak fijner en bladerrijker en kan een hogere voedingswaarde hebben. Dat kan interessant zijn voor dieren met een hogere voedingsbehoefte, bijvoorbeeld tijdens groei of melkproductie.

Maar een vroeg gemaaide eerste snee kan óók behoorlijk voedingsrijk zijn en een laat gemaaide tweede snee kan weer grover zijn. Het maaimoment, de grassoorten, het weer, de bodem en de bemesting hebben allemaal invloed op het uiteindelijke hooi.

Vraag daarom niet alleen: ‘Is dit eerste of tweede snee?’
Vraag ook hoe grof of fijn het hooi is, wanneer het ongeveer gemaaid is en voor welke dieren de partij doorgaans wordt gebruikt.

Weidehooi, kruidenhooi of graszaadhooi?

Naast eerste en tweede snee kom je verschillende soorten hooi tegen.

Gewoon weidehooi bestaat uit grassen die op grasland zijn gegroeid en vervolgens zijn gemaaid en gedroogd. De precieze samenstelling kan enorm verschillen: van vrij fijn en voedingsrijk hooi tot een grove, stengelige partij.

Kruidenhooi bevat naast grassen verschillende kruiden. Dat zorgt voor variatie in smaken en structuren en kan bijdragen aan een gevarieerd rantsoen. Het woord kruidenhooi betekent alleen niet automatisch dat het hooi voedzamer of compleet is.

Planten kunnen alleen mineralen opnemen die in de bodem aanwezig én beschikbaar zijn. Ook een prachtig kruidenrijk perceel kan daarom relatief weinig van bepaalde mineralen bevatten.

Meer daarover lees je in Wat is een kruidenrijke wei voor schapen en geiten?

Graszaadhooi ontstaat bij de productie van graszaad. Het gewas heeft dan een ander doel gehad dan gras dat speciaal als voedergewas is gemaaid. Het kan als ruwvoer worden gebruikt, maar is niet hetzelfde als gewoon weidehooi en kan behoorlijk stengelig en relatief arm aan voedingsstoffen zijn.

Voor sobere dieren kan een structuurrijk product prima bruikbaar zijn. Kijk daarom altijd naar het totale rantsoen en naar de behoefte en conditie van je dieren in plaats van alleen naar de naam van het hooi.

Hooi, voordroog of kuilgras?

Naast hooi kun je ook voordroog en kuilgras tegenkomen.

Hooi is gras dat op het land ver is gedroogd voordat het wordt geperst. Voordroog bevat meer vocht en wordt luchtdicht verpakt om het te conserveren. Kuilgras is doorgaans nog vochtiger en wordt veel gebruikt voor dieren met een hogere voedingsbehoefte, zoals melkvee.

Voor hobbydieren is vooral belangrijk dat het ruwvoer past bij hun voedingsbehoefte en conditie. Volwassen schapen en geiten die gemakkelijk op gewicht blijven, hebben meestal geen bijzonder rijk ruwvoer nodig.
Goed, droog en vezelrijk hooi kan dan een prima uitgangspunt zijn.

Voordroog is dus niet automatisch beter of slechter dan hooi. Wel is het voor een kleine groep dieren soms minder praktisch. Zodra een baal wordt geopend en er lucht bij komt, is het product niet onbeperkt houdbaar. Een grote baal moet daarom snel genoeg worden opgevoerd.

Hoeveel hooi heeft een schaap of geit per dag nodig?

Hoeveel hooi een schaap of geit nodig heeft, hangt af van onder andere het lichaamsgewicht, de kwaliteit van het hooi en hoeveel ander ruwvoer het dier eet.

Als richtlijn kun je uitgaan van ongeveer 1,5 tot 2% van het lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer per dag.
Met droge stof bedoelen we het voer zonder het vocht dat erin zit. Hooi bestaat meestal voor ongeveer 80 tot 90% uit droge stof.

Een schaap van 60 kg dat 2% van zijn lichaamsgewicht aan droge stof uit ruwvoer nodig heeft, komt bijvoorbeeld uit op ongeveer 1,2 kg droge stof. Bij hooi met 85% droge stof is dat ongeveer 1,4 kg hooi per dag wanneer hooi het volledige ruwvoerrantsoen vormt.

Voor een geit van 50 kg komt dezelfde berekening uit op ongeveer 1 kg droge stof, oftewel ongeveer 1,2 kg hooi per dag bij hooi met 85% droge stof.

In de praktijk bied je liever wat meer aan dan de berekende hoeveelheid. Een deel wordt niet opgegeten of belandt naast de ruif en dieren moeten verspreid over de dag voldoende ruwvoer kunnen opnemen.
Eten ze daarnaast gras, bladeren, takken of ander ruwvoer, dan telt dit natuurlijk mee voor de totale ruwvoeropname.

Moet je hooi onbeperkt aanbieden?

Schapen en geiten moeten gedurende de dag voldoende mogelijkheden hebben om ruwvoer op te nemen. Lange perioden waarin helemaal geen ruwvoer beschikbaar is, passen niet goed bij hun natuurlijke manier van eten en verteren.
Dat betekent niet automatisch dat ieder dier onbeperkt van ieder soort hooi moet kunnen eten.

Een volwassen sober schaap dat gemakkelijk op gewicht blijft, heeft een andere energiebehoefte dan een zogende ooi met twee lammeren. Hetzelfde geldt voor een volwassen geit in onderhoud tegenover een geit die melk produceert of een jong dier in de groei.

Bij zeer voedingsrijk hooi kan een ruime opname ervoor zorgen dat sobere dieren meer energie binnenkrijgen dan ze nodig hebben. Met passend, vezelrijk en structuurrijk hooi is het gemakkelijker om voldoende ruwvoer aan te bieden zonder het rantsoen onnodig rijk te maken.

Houd daarom altijd de lichaamsconditie in de gaten.

Hoe weet je of je genoeg hooi voert?

Alleen kijken hoeveel er 's avonds nog in de ruif ligt, vertelt niet altijd het hele verhaal.

Wanneer dieren steeds een groot deel laten liggen, kan er simpelweg te veel zijn aangeboden. Maar het kan ook betekenen dat ze bepaalde delen selecteren of dat het hooi niet smakelijk is.

Is de ruif daarentegen telkens binnen korte tijd volledig leeg en staan de dieren daarna lange tijd zonder ruwvoer, dan kan de aangeboden hoeveelheid te klein zijn.

Kijk daarnaast naar de dieren zelf. Hun lichaamsconditie, eetgedrag en de hoeveelheid ander ruwvoer die ze opnemen geven samen een beter beeld dan alleen het aantal kilo's dat je in de ruif legt.

Wanneer moet je hooi voeren?

In de winter vormt hooi vaak het grootste deel van het ruwvoerrantsoen, omdat er weinig of geen geschikt gras beschikbaar is. Maar ook buiten de winter kan hooi belangrijk zijn.

In het voorjaar kan droog, structuurrijk hooi naast het jonge gras worden aangeboden. Laat dieren na een winter op hooi bovendien geleidelijk wennen aan weidegang.
In een droge zomer kan de grasgroei sterk teruglopen en in het najaar kan een weiland nog behoorlijk groen ogen terwijl er steeds minder gras beschikbaar is om daadwerkelijk te eten.

Kijk daarom niet alleen naar de kalender of naar de kleur van het weiland. Kijk naar wat er werkelijk te eten staat en naar wat je dieren daadwerkelijk opnemen.

Hoeveel hooi heb je nodig voor de winter?

Wanneer je voor een langere periode hooi wilt inslaan, is vooraf rekenen verstandig.

Begin met een inschatting van de hoeveelheid die je dieren dagelijks nodig hebben. Vermenigvuldig die met het aantal dieren en vervolgens met het aantal dagen waarvoor je voorraad wilt hebben.
Stel bijvoorbeeld dat vier dieren ieder gemiddeld 1,5 kg hooi per dag eten. Samen is dat: 4 × 1,5 kg = 6 kg hooi per dag. Wil je voor 150 dagen voorraad hebben: 6 kg × 150 dagen = 900 kg hooi.

Houd daarnaast rekening met verspilling en met een voerperiode die langer kan duren dan verwacht. Koop dus liever iets ruimer dan precies de berekende hoeveelheid.

Hoeveel balen hooi moet je kopen?

Daarvoor moet je weten hoeveel een baal daadwerkelijk weegt.

Een klein baaltje is geen vaste gewichtseenheid. Afmetingen, persdichtheid en het soort hooi bepalen hoeveel kilo erin zit. Twee balen die er ongeveer hetzelfde uitzien kunnen daardoor verschillend wegen.

Vraag de leverancier daarom naar het gemiddelde gewicht of weeg zelf een paar representatieve balen.

Heb je ongeveer 900 kg nodig en wegen de balen gemiddeld 18 kg, dan kom je uit op ongeveer 50 balen. Vervolgens kun je nog wat extra rekenen voor verspilling en een langere voerperiode.

Wanneer kun je het beste winterhooi kopen?

Je hoeft niet te wachten tot het gras in de wei op is.

Wanneer in het voorjaar en de zomer het nieuwe hooi wordt gewonnen, kun je al bepalen welke partij bij je dieren past en hoeveel je ongeveer voor de winter nodig hebt.
Een grotere voorraad van dezelfde partij heeft als voordeel dat de samenstelling gedurende de winter redelijk constant blijft. Daarvoor moet je natuurlijk wel voldoende droge en geschikte opslagruimte hebben.

Heb je weinig opslagruimte, dan kan in delen inkopen praktischer zijn. Houd er wel rekening mee dat dezelfde partij later in het seizoen niet altijd meer beschikbaar is.

Waar kun je goed hooi kopen?

Hooi kun je rechtstreeks bij een boer, via een ruwvoer- of fourageleverancier en bij sommige agrarische winkels kopen.

Kleine balen zijn voor hobbyhouders vaak praktisch, terwijl grote ronde of vierkante balen per kilo voordeliger kunnen zijn wanneer je voldoende dieren en opslagruimte hebt.

Vraag bij aankoop gerust wat meer dan alleen de prijs.
Vraag bijvoorbeeld wanneer het hooi is gemaaid, of het eerste of tweede snee is, of het jong of later is gemaaid, hoe het is opgeslagen en voor welke dieren de partij normaal wordt verkocht.
Wanneer een analyse beschikbaar is, kan die nog veel meer vertellen over de voedingswaarde.

Koop je voor het eerst bij iemand, dan kan het verstandig zijn om eerst enkele balen te proberen voordat je voor de hele winter inslaat. Een schuur vol voordelig hooi waar je dieren nauwelijks van willen eten is uiteindelijk geen voordelige aankoop.

Is een hooianalyse nodig?

Aan hooi kun je veel zien, voelen en ruiken, maar niet alles.

Je kunt aan een baal bijvoorbeeld niet betrouwbaar zien hoeveel energie, eiwit, suiker of mineralen erin zitten. Daarvoor is een analyse nodig.

Voor een hobbyhouder met enkele gezonde volwassen dieren is het niet altijd noodzakelijk om iedere partij hooi te laten analyseren. Maar wanneer je een grote partij voor de hele winter koopt, dieren met een hogere voedingsbehoefte hebt of heel gericht een rantsoen wilt samenstellen, kan een analyse waardevolle informatie geven.

Hoe herken je slecht hooi?

Gebruik bij hooi vooral je ogen, neus en handen.

Muf of schimmelachtig ruikend hooi is een waarschuwing. Hetzelfde geldt voor zichtbare schimmelplekken, vochtige delen of hooi dat ongewoon warm aanvoelt.

Een beetje los plantenmateriaal of stof onderin een droge baal is iets anders dan een wolk fijn stof die bij iedere pluk vrijkomt. Zeer stoffig hooi kan de luchtwegen irriteren en kan ook wijzen op een minder goede kwaliteit.

Controleer ook wat er tussen het gras zit. Niet iedere plant die op een weiland groeit is geschikt om mee te worden geoogst en gevoerd.
Bij twijfel over schimmel of bederf kun je een verdachte baal beter niet voeren.

Hoe lang kun je hooi bewaren?

Goed gedroogd hooi dat droog en goed geventileerd wordt opgeslagen kan langere tijd worden bewaard.

Dat betekent niet dat hooi jarenlang precies hetzelfde blijft. Tijdens bewaring verandert de voedingswaarde en kunnen bijvoorbeeld bepaalde vitaminen afnemen.
Oud hooi is daardoor niet automatisch slecht hooi. Een goed bewaarde partij van een eerdere oogst kan nog prima bruikbaar zijn, terwijl slecht opgeslagen nieuw hooi binnen korte tijd ongeschikt kan worden.

Kijk daarom vooral naar de kwaliteit op het moment dat je het wilt voeren.

Hoe bewaar je hooi?

Goed hooi kan alsnog waardeloos worden wanneer het verkeerd wordt opgeslagen.

Bewaar balen op een droge, goed geventileerde plek en bescherm ze tegen regen en optrekkend vocht. Leg ze bij voorkeur niet rechtstreeks op een betonnen of vochtige vloer, maar bijvoorbeeld op pallets. Houd ook rekening met vocht en condens bij buitenmuren.

Ventilatie blijft belangrijk. Hooi volledig afsluiten om het tegen vocht te beschermen kan juist problemen veroorzaken wanneer er nog vocht in de balen aanwezig is.

Wees extra alert bij hooi dat kort na het persen wordt opgeslagen. Wanneer hooi te vochtig is geperst, kunnen micro-organismen actief blijven en warmte produceren. Daardoor kan broei ontstaan. Ernstige hooibroei tast niet alleen de kwaliteit aan, maar kan uiteindelijk zelfs brand veroorzaken.

Kun je oud hooi nog voeren?

Ja. De leeftijd alleen bepaalt niet of hooi geschikt is.

Hooi van een eerdere oogst dat altijd droog en goed geventileerd heeft gelegen, fris ruikt en geen schimmel bevat, kan nog bruikbaar zijn.
Controleer een oudere voorraad wel goed voordat je hem voert. Let op vocht, schimmel, muffe geur, ongedierte en extreme stofvorming.

Oud maar goed bewaard hooi kan dus beter zijn dan nieuw hooi dat vochtig is binnengehaald of slecht is opgeslagen.

Moet je langzaam overstappen op ander hooi?

Niet iedere hooipartij is hetzelfde. De ene partij kan grof en relatief arm zijn, terwijl de volgende veel fijner en voedingsrijker is.

Wanneer het verschil tussen twee partijen groot is, kun je de overgang geleidelijk maken door gedurende een aantal dagen oud en nieuw hooi samen aan te bieden.

Dat geeft de dieren en de micro-organismen in de pens de gelegenheid om aan de andere samenstelling te wennen.

Waarin kun je hooi het beste voeren?

Hooi kan op verschillende manieren worden aangeboden. Welke manier het beste werkt, hangt af van de dieren en de huisvesting.

Een goede hooiruif houdt het hooi grotendeels van de grond en kan verspilling verminderen. Zorg er wel voor dat dieren gemakkelijk bij het hooi kunnen zonder met hun kop, poten of hoorns vast te kunnen komen zitten.

Hooinetten kunnen de opname vertragen en verspilling beperken, maar moeten bij schapen en geiten voorzichtig worden gebruikt. Vooral gehoornde dieren kunnen met hun hoorns in een net verstrikt raken. Ook poten kunnen in de mazen terechtkomen.

Hooi rechtstreeks op een schone, droge ondergrond aanbieden geeft vaak meer verspilling. Zodra dieren eroverheen lopen, erop liggen of het met mest en urine vervuilen, wordt een deel meestal niet meer gegeten.

Welke voerwijze je ook kiest: zorg voor voldoende voerplaatsen. Een volle ruif heeft weinig waarde voor een laaggeplaatst dier dat telkens door de rest van de kudde wordt weggejaagd.

Waarom gooien schapen en geiten zoveel hooi op de grond?

Schapen en vooral geiten kunnen behoorlijk selectief eten. Ze pakken de delen die ze het lekkerst vinden en trekken daarbij gemakkelijk andere stengels uit de ruif.

Ook het ontwerp van de ruif speelt mee. Wanneer dieren grote plukken naar buiten kunnen trekken en vervolgens alleen hun favoriete delen opeten, kan een verrassend groot deel op de grond eindigen.

Meer hooi aanbieden lost dat niet altijd op. Een andere ruif, kleinere hoeveelheden vaker aanvullen of hooi dat beter bij de dieren past kan de verspilling verminderen.

Kijk ook naar wat er achterblijft. Wanneer dieren consequent dezelfde delen uit een partij laten liggen, kan dat iets zeggen over de smakelijkheid of kwaliteit van het hooi.

Wat kun je naast hooi aanbieden?

Hooi hoeft niet de enige vorm van ruwvoer in het rantsoen te zijn.

Schapen en geiten kunnen tijdens het groeiseizoen verschillende geschikte grassen en kruiden opnemen. Ook bladeren en takken van geschikte bomen en struiken kunnen voor variatie zorgen. Vooral geiten maken daar van nature graag gebruik van.

Wat beschikbaar is, verandert vanzelf met de seizoenen. In het voorjaar en de zomer is er veel meer vers plantaardig materiaal beschikbaar dan in de winter. Het is daarom niet nodig dat het ruwvoerrantsoen er twaalf maanden per jaar precies hetzelfde uitziet.

Daarnaast kan een ruwvoermix worden gebruikt om verschillende vezelrijke ruwvoergrondstoffen, zoals grassen, kruiden, timothee en luzerne, aan het rantsoen toe te voegen.
Een ruwvoermix vervangt goed hooi of gras niet, maar kan ernaast worden gevoerd.

Meer daarover lees je in Wat is een ruwvoermix voor schapen en geiten?

Is alleen hooi voldoende?

Goed hooi kan een uitstekende basis vormen voor het rantsoen van schapen en geiten. Maar voldoende hooi eten betekent niet automatisch dat het rantsoen compleet is.

Gras en hooi bevatten van nature vitaminen, mineralen en sporenelementen. Hoeveel daarvan aanwezig is, verschilt onder andere door de bodem waarop het gras is gegroeid, de samenstelling van het gewas en de manier waarop het hooi is gewonnen en bewaard.

Daardoor levert een rantsoen van alleen gras en hooi niet automatisch alle vitaminen, mineralen en sporenelementen in de juiste hoeveelheden en verhoudingen.
In Waarom alleen hooi en gras niet voldoende zijn voor schapen en geiten leggen we uitgebreider uit waarom dat zo is.

Wil je weten waar mineralen eigenlijk vandaan komen en wat bijvoorbeeld selenium, koper, zink, jodium en kobalt in het lichaam doen? Lees dan ook Wat zijn mineralen en sporenelementen?

Hoe kun je hooi aanvullen?

Wanneer ruwvoer niet alle benodigde vitaminen, mineralen en sporenelementen levert, kan een gerichte aanvulling nodig zijn.
Een balancer is bedoeld om deze voedingsstoffen aan het ruwvoerrantsoen toe te voegen zonder daarvoor grote hoeveelheden extra voer te hoeven geven. Hooi en gras blijven daarbij de basis.

In Wat is een balancer voor schapen en geiten? leggen we uitgebreider uit hoe een balancer binnen een ruwvoergericht rantsoen past.

Tot slot

Het beste hooi voor schapen en geiten is niet automatisch het groenste, fijnste of duurste hooi.

Goed hooi is droog, schoon en smakelijk en past qua structuur en voedingswaarde bij de dieren die ervan moeten eten. Voor een sober volwassen schaap kan dat iets anders betekenen dan voor een zogende geit of een jong dier in de groei.

Kijk daarom verder dan alleen eerste of tweede snee. Let op de kwaliteit, de behoefte en lichaamsconditie van je dieren en houd rekening met wat ze daarnaast nog eten.

Wie voor de winter inslaat, doet er bovendien goed aan vooraf te berekenen hoeveel hooi ongeveer nodig is en alleen zoveel te kopen als ook goed, droog en geventileerd kan worden opgeslagen.

Ruwvoer vormt de basis. Goed hooi zorgt ervoor dat die basis ook echt goed staat.


Hooi

Meer weten over het voeren van schapen en geiten?

Hooi vormt de basis van het rantsoen, maar voeding bestaat uit meer dan alleen goed ruwvoer. Wil je weten wat schapen en geiten daarnaast nodig hebben en hoe je een passend rantsoen opbouwt?

In onze beginnersblogs leggen we stap voor stap uit waar je bij het voeren van schapen en geiten op kunt letten.

Lees alles over schapen voeren voor beginners 
Lees alles over geiten voeren voor beginners 

Ons voer voor schapen en geiten

Goed hooi en gras vormen de basis van het rantsoen. Ons voer is ontwikkeld om daarop voort te bouwen.

Met Bèèhlancer voor schapen en Mèèhlancer voor geiten kun je het ruwvoerrantsoen gericht aanvullen met vitaminen, mineralen en sporenelementen. Wil je daarnaast meer variatie in grassen, kruiden en vezelstructuren aanbieden, dan zijn Bèèhmix en Mèèhmix ruwvoermixen waarin de balancer al is verwerkt.

Zo blijft ruwvoer de basis en vul je alleen aan wat daarnaast nodig is.

Bekijk ons voer voor schapen en geiten